slideshow_13.jpg

ANAALKLIERPROBLEMEN

Anaalklierproblemen treden zeer frequent op en iedere dierenarts ziet dagelijks wel een dier met anaalklierproblemen binnenstappen. Overigens treft dit vervelende probleem niet alleen honden, maar zien we ook regelmatig katten met deze problemen. We concentreren ons hier op de hond met anaalklierproblemen.


Inleiding
De openingen van de anaalklieren, of eigenlijk anaalzakklieren, naar buiten toe, zijn in de anus op 5 en 7 uur te vinden. Anaalzakklieren zijn twee zakjes die strak tegen het uitwendige spierige gedeelte van de anus liggen en in het binnenste van de anus uitmonden.  Een hond kan met de twee kleine geurkliertjes zijn specifieke geurvlag op de ontlasting afzetten. Toen de hond nog wolf was, waren deze klieren zeer functioneel in de afbakening van het territorium, inmiddels hebben ze deze functie grotendeels tot volledig verloren en veroorzaken ze vaak heel veel overlast.
Onder normale omstandigheden wordt elke keer wanneer een hond zich ontlast een deel van de inhoud van de anaalklieren op de ontlasting neergelegd. De anaalklierinhoud is een sterk ruikende, dunne, lichtbruine vloeistof. Ook bij opwinding ontsnapt er soms jammer genoeg wat anaalkliervocht, hetgeen onmiddellijk opvalt door de onmiskenbare, penetrante geur die hierbij vrijkomt, dit is niet afwijkend.

Problemen
Waarom zien we zoveel problemen van de anaalklieren. De ligging verklaart al heel veel. De kleine afvoergangetjes monden uit in de anus zelf, iets aan de binnenzijde van de anus. Wanneer er zwelling van dit uitmondingsgebied optreedt, bijvoorbeeld bij een dikke darmontsteking, of na een periode van diarree, dan kunnen de afvoergangen van de anaalklieren dichtgedrukt worden. Soms ontstaan er afwijkingen in het anaalvocht door bijvoorbeeld ontsteking, hierbij kan gedacht worden aan verdikking van het normaal dunne anaalkliervocht, of aan propjes ontstekingsmateriaal; de dunne afvoergangen kunnen dan ook makkelijk verstopt raken. De productie van anaalkliervocht gaat ondertussen verder en er ontstaan ophopingen in de anaalzakjes. Jeuk en irritatie zijn het gevolg en de hond zal zijn anaalklieren willen legen; hij kan er echter niet bij en zal in het gebied gaan bijten: staartbasis, binnenkant dijen en buik, ook kan hij gaan ‘sleetje rijden’. Hier kan iedereen zich wel iets bij voorstellen, waarschijnlijk omdat iedereen het wel eens gezien heeft: de hond glijdt met zijn gat over de grond, met gestrekte achterpoten en gekromd achterlijf, terwijl de voorpoten normaal bewegen.  Wanneer u dit waarneemt is het tijd om aan de bel te trekken en de dierenarts te bezoeken. Overigens zal uw dierenarts dan een driedeling uit moeten zoeken die correspondeert met jeuk aan de achterzijde: wormen, vlooien of anaalklieren zijn de drie meest gangbare problemen die tot dit symptomencomplex aanleiding geven. Bij te lang wachten kunnen anaalklierontstekingen en ophopingen van anaalkliervocht in de anaalzakjes vervelende gevolgen hebben, zoals: een anaalklierabces.


Anaalklierabces
Wanneer er een infectie bij een ophoping van anaalvocht komt of al vanaf het begin aanwezig was, kan een abces ontstaan. Dit is een zeer pijnlijke aangelegenheid voor de hond. Hij zal niet willen dat u erbij in de buurt komt. Uiteindelijk zal zo’n abces doorbreken, een stukje onder de anus meestal, en zal de pijn en druk wat verlicht worden. Nabehandeling is altijd nodig met antibiotica en pijnstillers, soms zelfs chirurgisch met drains, maar dit laatste kan gelukkig meestal voorkómen worden.


Tumoren
Hoe vervelend een anaalklierabces ook is, we zien dit uiteraard veel liever dan tumoreuze ontaarding van de anaalklieren. Jammer genoeg worden we ook hier af en toe mee geconfronteerd, gelukkig niet vaak. U begrijpt dat u bij elke afwijking die u waarneemt in het anaalkliergebied c.q. anus gebied een bezoek aan de dierenarts moet brengen om nare oorzaken als tumoren uit te laten sluiten en eventuele ontstekingen in de kiem te smoren door middel van goede behandeling, om op die wijze abcesvorming te voorkómen.

Therapie
Wat is er te doen aan een ‘simpele’ maar vaak wel vervelende en stinkende anaalklierovervulling?
Leegdrukken. Dit is waar iedere therapie mee start. Of er nog nadere therapie nodig is, na het leegdrukken hangt van het volgende af:

1. De anaalklier is overvuld, maar de inhoud blijkt niet afwijkend: geen nadere therapie nodig na leegdrukken;
2. de anaalklier is overvuld, de inhoud is afwijkend: nadere therapie nodig;
3. de anaalklier is overvuld en er blijkt zich een abces te hebben gevormd; hierbij is de anaalklier niet te legen en zal een abcesbehandeling plaats moeten vinden (zie ook hiervoor).

Ad 1: Iedere eigenaar kan zelf leren de anaalklier leren leeg te drukken.

Vanaf de buitenzijde neem je de zakjes tussen duim en wijsvinger of meerdere vingers. Het beste is om dit met zijn tweeën te doen. Eén persoon kan de staart omhoog en naar voren houden, de ander kan zich met de anaalklieren bezighouden. Hierbij wel omgeving en jezelf beschermen; wanneer je de hand die de anaalklieren omvat naar achteren haalt om ze te legen krijg je makkelijk de stinkende inhoud in je gezicht of vliegt het in het rond: niet prettig! Eenvoudig te voorkomen door er een doekje tegenaan te houden wanneer je ze leegdrukt. De manier die de dierenarts meestal hanteert is deels inwendig. Eén vinger in de anus, één vinger aan de buitenzijde, anaalklier opzoeken en naar achteren leeghalen. Ook hierbij goed de inhoud afschermen, zodat het in een doekje terechtkomt. Wanneer de anaalklierinhoud niet afwijkend is, is nadere therapie niet nodig.

Ad 2: Wanneer er afwijkende inhoud uit de anaalklieren verwijderd wordt, kunnen de anaalklieren gespoeld worden met fysiologisch zout en/of nabehandeld worden door via de afvoergangen antibioticahoudende zalf in de zakjes te brengen. Verder wordt ook een kuur antibiotica (tabletten via de bek) voorgeschreven. Hierna volgt controle en wordt eventueel nogmaals lokaal behandeld en de tablettenkuur verlengd. Eventueel kan een anti-jeuktherapie gestart worden bij aanvang van de behandeling om de sterke jeukprikkel bij de hond te onderdrukken die na het starten van de therapie mogelijk nog enkele dagen aanwezig blijft.

Ad 3: Vaak wordt een hond aangeboden wanneer het abces al gesprongen is. Indien dit het geval is, kan er op verschillende manieren gehandeld worden. Het abces kan onder narcose verder opengelegd worden en er kan een drain geplaatst worden. De contrazijde moet altijd goed geleegd en behandeld worden met antibioticazalf omdat hier anders vaak ook een abces zal ontstaan. Ik begin de therapie meestal met een antibiotica- en pijnstillende kuur voor tien dagen, daarna laat ik de eigenaar terugkomen voor controle. Het is opvallend dat vele honden hier uitstekend op reageren. Vaak is wel nog een verlenging van de kuur nodig, maar de resultaten zijn heel goed. Pijnstilling is absoluut noodzakelijk, omdat het een extreem pijnlijke aangelegenheid is. Via de abcesopening kan eventueel elke dag wat antibioticahoudende zalf ingebracht worden. De meeste eigenaren vinden dit echter geen pretje en het is gebleken dat de genezing ook zonder dit therapieonderdeel vaak voorspoedig verloopt.

Chirurgie
Jammer genoeg zien we bij sommige honden steeds terugkerende problemen, ondanks zorgvuldige therapeutische begeleiding van het probleem. Bij deze honden is het mogelijk om de anaalklieren chirurgisch weg te nemen, zodat ze definitief van het probleem verlost zijn. Dit is geen eenvoudige operatie. Er wordt vlakbij de anus en de kringspier geopereerd, in een potentieel geïnfecteerd gebied. Uiterste precisie en kennis van de anatomische structuren van dit gebied zijn een vereiste voor een succesvolle ingreep. Ondeskundigheid kan leiden tot ontlastingsincontinentie wanneer de kringspier beschadigd wordt. Na de operatie krijgt de hond een kraag om, aangezien het essentieel is dat hij niet aan de operatiewond kan komen. Na tien dagen worden de hechtingen verwijderd. Gedurende de tien dagen na de operatie zal hij antibiotica moeten slikken. Na deze tien dagen is de hond voor altijd van zijn vervelende anaalklieren verlost, waar hij toch alleen maar last van had.

De Boog 74
1741 MT Schagen
T:  0224 - 218 997
E: info@dkzuiderkaag.nl