slideshow_11.jpg

Blaasproblemen bij de hond

 

 

De urinewegen kunnen worden onderverdeeld in de hoge ( nieren en urineleiders ) en de lage urinewegen ( blaas en urinebuis). Het geslachtsapparaat van een hond is nauw verbonden met de urinewegen. Het geheel samen wordt ook wel het urogenitaalstelsel genoemd.

Het plassen wordt gecontroleerd door een aantal spieren en zenuwen die nauw met elkaar samenwerken. Een toenemende blaasvulling wordt waargenomen via bepaalde sensortjes in de blaaswand, ook wel drukreceptoren genoemd. Dit signaal wordt via het ruggenmerg doorgegeven aan de hersenen, waardoor het samentrekken van de blaas en het openen van de ingang van de urinebuis in gang wordt gezet, hetgeen resulteert in effectief plassen. Een goede anatomische aanleg en een goede weerstand van de urinewegen zijn voorwaarden voor het goed kunnen functioneren van dit proces.

Problemen met de urinewegen bij de hond kunnen zich op verschillende manieren uiten. Vaak zien we dat de hond bloed bij de urine heeft. Verder kan het dier een verhoogde aandrang hebben. Tevens kan er worden waargenomen dat de hond pijn heeft bij het plassen, doordat deze kreunt, perst of erg onrustig is. Het kan ook zo zijn dat de hond in huis plast, ’s nachts dan wel overdag, wat het dier eerder nooit deed. Daarnaast kan het opvallen dat de hond juist hele grote plassen doet en ook meer drinkt, er kan dan een inwendig probleem zijn, bijvoorbeeld suikerziekte of een lever-/nierprobleem. Aan de hand van de vragen die we stellen en het lichamelijk onderzoek kunnen we onderscheid maken tussen de verschillende oorzaken voor deze klachten.

Blaasproblemen bij de hond
Oorzaken voor problemen met de blaas kunnen grofweg in 3 groepen worden verdeeld:

1. Blaasontsteking
- Bij de hond komt een blaasontsteking meestal door een bacterie. Dit kan bevestigd worden middels urineonderzoek wat we in de praktijk kunnen doen. Het beste is om het urineonderzoek uit te voeren binnen 2 uur nadat u de urine heeft opgevangen. Wij bekijken dan met o.a. een speciale urine dipstick en microscopisch onderzoek wat o.a. de pH (=zuurgraad) is, hoe geconcentreerd de urine is, d.w.z. hoeveel deeltjes er in de urine zitten en of er bloed/eiwit/witte bloedcellen/bacteriën zichtbaar zijn. Indien nodig kunnen we nog steriele urine opsturen naar het laboratorium in Utrecht voor kweek. Hiervoor prikken we de blaas door de buikwand heen steriel aan, meestal onder begeleiding van de echo. De belangrijkste bacteriële verwekkers van een blaasonsteking zijn o.a. E.coli, proteus, staphylococcen en streptococcen. De behandeling bestaat uit een antibioticum, waarvoor de bacteriën gevoelig zijn. Bij de hond met een bacteriële blaasontsteking gaat vaak de pH van de urine omhoog, de urine wordt minder zuur, hierdoor kan er zich ook gruis vormen, zogeheten struvietkristallen in dit geval. Als gevolg van de behandeling met een antibioticum zullen de bacteriën dood gaan en zal de pH van de urine weer gaan zakken en als gevolg daarvan het struviet weer verdwijnen/oplossen. Echter soms is het noodzakelijk dat de hond kortstondig wat urineverzurend voer of poeder krijgt naast het antibioticum. Dit is o.a. afhankelijk van de ernst van de ontsteking.
- Bij de hond is een bacterie in kleiner dan 3 % van de gevallen de oorzaak van de blaasontsteking, bij oudere poezen komt het wel iets vaker voor (10%). De behandeling zal in geval van een bacteriële blaasontsteking ook bestaan uit het toedienen van een breedspectrum antibioticum.
- Een blaasontsteking kan ook komen door gruis. Er bestaan diverse soorten gruis, struviet (ammoniummagnesiumfosfaat) en calciumoxalaat zijn de meest voorkomende. Een speciaal dieet, o.a. Urinary van Royal Canin of C/d van Hills zijn de diëten waar we goede ervaringen mee hebben en die vaak de oplossing vormen voor het oplossen van de gruis. Bij honden hoeft het vaak voor een korte periode gegeven te worden, dit is o.a. afhankelijk van het type gruis. Soms is het noodzakelijk om naast het dieet nog een kuur antibioticum of een andere symptomatische therapie te starten zoals blaasontspanners om de persdrang weg te nemen, ontstekingsremmers of andere.
- Een blaasontsteking kan ook komen door stenen. De meeste stenen zijn kalkhoudend en kunnen op een röntgenfoto worden gezien. Alle stenen kalkhoudend of niet kunnen met de echo in beeld worden gebracht. Afhankelijk van de grootte en het type ste(e)n(en) zal er vaak tot chirurgie worden besloten, om te voorkomen dat de steentjes vast gaan lopen in de urinebuis, waardoor het dier acuut verstopt kan raken en vaak veel pijn zal uiten bij plassen. Bij bepaalde rassen worden bepaalde type stenen vaker gezien. Bij de Dalmatiners worden uraatstenen vaker gezien. Deze uraatstenen (ammoniumuraten) worden ook gezien bij honden met een levershunt. Dus niet elke blaassteen komt door een probleem vanuit de blaas zelf.
- Idiopatisch, dit is een duur woord om te zeggen dat we eigenlijk niet weten waar de blaasontsteking door komt. Dit is bij honden eigenlijk de belangrijkste vertegenwoordiger. Het kan zijn dat stress de oorzaak is voor het ontstaan van de blaasontsteking. De oorzaak van de stress kan divers zijn en soms al maanden geleden. Gedacht kan worden aan gezinssituaties die veranderen, mensen die gaan scheiden of als er iemand komt te overlijden of als het baasje een weekendje weggaat. Er kan gedacht worden aan een nieuw huisdier of juist een maatje dat overleden is. Als andere oorzaken voor de idiopatische blaasonsteking wordt o.a. gedacht aan virusinfecties, allergieën, etc. Een symptomatische behandeling met o.a. blaasontspanners of ontstekingsremmers zal de klachten snel verminderen, echter de kans op recidiveren is groot en de werkelijke oorzaak zal zo goed mogelijk achterhaald en opgelost moeten worden, a.h.v. het gesprek dat we voeren met de eigenaar. Een behandeling met stressverlagende medicatie, zoals de feliwayverdamper, bach of clomicalm zullen soms noodzakelijk zijn.
- Combinatie, een combinatie van al het bovenstaande is ook mogelijk als oorzaak voor de blaasontsteking. Verder dient er opgemerkt te worden, dat indien er geen gruis worden gevonden in de urine dit niet automatisch betekend dat er ook geen stenen aanwezig zijn en andersom. Indien de blaasontsteking klachten lang blijven aanhouden, zal er aanvullend onderzoek gedaan moeten worden, middels röntgen dan wel echografisch onderzoek of punktie.

2. Tumoren van de blaaswand bij de hond
- Hierbij kan de gedacht worden aan goedaardige tumoren en kwaadaardige tumoren.
- De meest voorkomende goedaardige tumor is de blaaswandpoliep. Deze is meestal het gevolg van een chronische niet herkende blaasontsteking. Deze poliepen zijn meestal in het voorste onderste gedeelte van de blaas gelokaliseerd en kunnen middels echografisch onderzoek in beeld worden gebracht. De therapie bestaat uit het chirurgisch verwijderen van de poliep en het starten met een antibiotica therapie met een geschikt antibioticum gedurende 4-6 weken afhankelijk van de kweekuitslag van het laboratorium. In zo’n geval is het dus noodzakelijk dat er steriel urine uit de blaas wordt opgestuurd naar het laboratorium in Utrecht voor kweek. Deze kunnen dan bekijken welke bacterie verantwoordelijk is voor de chronische ontsteking en voor welk antibioticum deze bacterie gevoelig is.
- Blaastumoren komen zelden voor bij de hond. Echter als ze voorkomen, zijn het meestal kwaadaardige tumoren. Ze geven aanvankelijk vaak dezelfde verschijnselen als bij een blaasontsteking, alleen zit er o.h.a. meer bloed in de urine. De meest voorkomende kwaadaardige tumor van de blaas, is het overgangsepitheelcelcarcinoom in de blaashals, dit is het achterste gedeelte van de blaas waar de uitmonding naar de urinebuis zit. In 50% van de gevallen is de tumor ten tijde van het vaststellen door de dierenarts al uitgezaaid naar de longen, regionale lymfeknopen, prostaat ( in geval van een reu) of evt. lever en nieren. Dit komt omdat de tumor vrij agressief en snel kan groeien. In een klein percentage van de gevallen betreft de blaastumor een tumor die eigenlijk uitgaat van de urinebuisbekleding of de prostaat. De therapie bestaat indien mogelijk uit het chirurgisch verwijderen van de tumor. Er dient dan wel eerst middels aanvullend onderzoek te worden bepaald of er niet al sprake is van uitzaaiingen. Dit onderzoek kan o.a. zijn het maken van een röntgenfoto van de borstholte of het doen van een echo van de buik en evt. bloedonderzoek. Een andere therapiemogelijkheid is de zogeheten antikankertherapie waar wij als onderdeel van de Stichting Diergeneeskundige Kankercentra (SDK) een speciaal protocol voor hebben en al veel succes mee hebben behaald. Deze anti-kankertherapie zal de hond niet genezen, maar mogelijk zorgen voor een waardevolle en kwalitatief goede levensverlenging, doordat het o.a. de groei van de tumor afremt en in sommige gevallen zelfs de massa verkleint. De gemiddelde overlevingstijd bij deze therapie, wanneer de therapie aanslaat is 6-12 maanden. Dit is best een behoorlijke periode op een hondenleven. Wij kunnen u hierover uitgebreid informeren. Zie www.kankerbijdieren.nl Middels controle onderzoek o.a. echografisch onderzoek, kan de groei van de tumor goed in de gaten worden gehouden.
De algehele prognose van een kwaadaardige blaaswandtumor is niet goed. Echter het is goed te weten, dat er wel diverse behandelingsmogelijkheden zijn. Wij kunnen u hier een terdege en eerlijk advies overgeven of het zinvol is om een bepaalde therapie te starten of niet.

3. Bijzondere aandoeningen van de blaas
- blaasruptuur, ontstaat meestal na een heftig trauma, bijvoorbeeld na een heftige aanrijding of een val van een hoogte af ( bv. een balkon). Echter de blaas kan ook scheuren wanneer de uitmonding verstopt is, als er een steentje ( gruis ) of eiwitplug in de uitmonding vastloopt.
- Blaasatonie, oftewel onvoldoende samentrekkracht van de blaas om te ledigen. Dit kan optreden als gevolg van zenuwschade aan de zenuw die er normaal gesproken voor zorgt dat de blaas zich kan ledigen. De meest voorkomende oorzaak voor schade aan deze zenuw is een blaasovervulling als gevolg een verstopte uitmonding. De beschadiging aan de blaaswandspier en de zenuw die hem activeert kan zich na het opheffen van de uitmondingverstopping binnen enkele dagen herstellen. De blaas zal gedurende deze dagen wel meerdere keren geledigd moeten worden. Hierdoor is vaak noodzakelijk dat het dier meerdere keren per dag gekatheteriseerd moeten worden of dat er gedurende enkele dagen een permanente katheter houdt. Hierbij is intensieve zorg en opname in onze kliniek noodzakelijk.
- Detrusor urethrale dyssynergie (DUD), is een functionele stoornis gedurende het plassen. De blaaswand trekt samen zonder dat de spieren van de ingang van de urinebuis ontspannen. Deze stoornis komt door een probleem in de zenuwgeleiding. Het signaal wordt niet op de juiste wijze doorgegeven. De verschijnselen kunnen erg lijken alsof het dier een verstopping heeft echter de katheter kan zonder problemen worden ingebracht. Een specifieke combinatie van medicijnen kan soms de oplossing bieden. Wij kunnen u hierover informeren, indien dit aan de orde is. Alle overige oorzaken voor problemen met plassen zoals een blaasontsteking, gruis en stenen dienen eerst te worden uitgesloten, voordat aan deze mogelijke oorzaak kan worden gedacht.

De Boog 74
1741 MT Schagen
T:  0224 - 218 997
E: info@dkzuiderkaag.nl