slideshow_04.jpg

EPILEPSIE BIJ HONDEN

Epilepsie kent meerdere verschijningsvormen, de meest bekende is wel het herhaald optreden van toevallen. Een toeval wil zeggen dat er abnormaal gedrag optreedt, meestal gepaard gaande met veranderd bewustzijn en krampen van de voor/achterpoten. Epilepsie komt voor mij mensen en honden en minder frequent bij katten. Een toeval kan heel erg lijken op flauwvallen, maar bij flauwvallen zien we geen krampen optreden, maar juist slapheid van de spieren.


Het zenuwstelsel, waar de hersenen onderdeel van uitmaken, kunnen we vergelijken met een netwerk van elektrische kabels waar stroompjes (signalen) langs geleid worden. De coördinatie van deze signalen vindt plaats vanuit de hersenen. De hersencellen ontwikkelen elektrische signalen en geven deze door aan cellen in het gehele lichaam en ontvangen op hun beurt ook weer signalen. Alle signalen worden in goede banen geleid middels versterking of afzwakking, ze worden gemoduleerd. Bij een toeval wordt er ergens in de hersenen een kortdurend zeer sterk elektrisch signaal opgewekt, dat onvoldoende wordt afgezwakt en zich zeer snel door de hersenen verspreidt.  Het achter elkaar optreden van deze sterke elektrische signalen zorgt ervoor dat er een epileptische aanval optreedt.

De frequentie van optreden van de aanvallen kan enorm variëren. Van enkele malen per jaar tot elke dag.  Meestal is de tijdsduur tussen de aanvallen bij een hond met epilepsie één keer per 2 -6 weken.

Verschillende soorten epilepsie
We maken onderscheid tussen primaire,  secundaire en reactieve epilepsie.
Bij primaire epilepsie kan er geen oorzaak worden vastgesteld en treedt de eerste aanval op tussen half jaar en 5 jaar leeftijd. Het optreden van een aanval is niet gerelateerd aan inspanning of stress, maar vindt bij voorkeur plaats tijdens slaap, ’s avonds laat of ’s morgens en in de vertrouwde omgeving, dus meestal thuis. Tussen de aanvallen door gedraagt het dier zich volkomen normaal. Anamnese (de ziektegeschiedenis) en lichamelijk onderzoek brengen geen afwijkingen naar voren die verband kunnen hebben met de oorzaak van de epilepsie.  Een eventueel gemaakte CT-scan laat ook geen afwijkingen zien. Het vermoeden bestaat dat primaire epilepsie erfelijk is.  Het wordt  bij bepaalde rassen vaker gezien, bijvoorbeeld bij de Rottweiler en de Beagle. Het kan echter bij alle rassen voorkomen. Het wordt evenveel gezien bij teven als bij reuen; wel kunnen teven gedurende loopsheid vaker aanvallen krijgen.
Bij secundaire epilepsie is de oorzaak primair gelegen in de hersenen en betreft het bijvoorbeeld een tumor die epileptische aanvallen veroorzaakt. In eerste instantie vaak lastig van primaire epilepsie te onderscheiden. We moeten op symptomen afgaan en reactie op eventuele medicatie, of juist het ontbreken van een reactie op medicatie om tot een beslissing te komen dat het maken van een CT-scan mogelijk kan helpen bij het stellen van een definitieve diagnose. Gelukkig zien we deze vorm niet vaak.
Bij reactieve epilepsie is de oorzaak gelegen buiten de hersenen. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan een gestoorde lever- of nierfunctie, waardoor het lichaam minder goed wordt ontgift en de hersenen een hoger aanbod aan giftige stoffen te verwerken krijgen. Hierdoor ontstaan er storingen in de hersenactiviteit. Of aan een hartprobleem: zuurstoftekort van de hersenen met als gevolg een epileptische aanval. Bij secundaire en reactieve epilepsie zal er vaak een verband zijn tussen het optreden van een aanval en voeding, inspanning en/of opwinding. Bovendien zal het dier in de periodes tussen de aanvallen veelal afwijkend gedrag vertonen.

Verschillende vormen van epilepsie
Er bestaat een partiële epilepsie, waarbij het dier gedragsafwijkingen vertoont, zoals bijvoorbeeld het trekken met één van zijn pootjes of het hebben van kramp op diverse plaatsen van zijn lichaam. Hierbij treedt meestal geen bewustzijnsverlies op.
De  epilepsie die we voor ons zien wanneer we over epilepsie spreken, wordt gegeneraliseerde epilepsie genoemd. Hierbij wordt dus een te sterk elektrisch signaal (zie eerder) als een golf over de gehele hersenen geleid; de patiënt valt om en er zullen veranderingen van het bewustzijn optreden tot en met algeheel bewustzijnsverlies. Tevens worden meestal schokken en krampen van het lichaam gezien (tonische en clonische krampen). Er kan ontlasting en urine verlies optreden.  Een partiële aanval kan overgaan in een gegeneraliseerde aanval.
Tenslotte bestaat er ook nog een zogeheten atypische epilepsie, waarbij de hond raar stereotyp gedrag vertoont. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het af en toe draaien met de kop, zonder dat er een oorprobleem of ander neurologisch probleem kan worden vastgesteld; de vliegen happers, zonder dat er een vlieg in de wijde omtrek aanwezig is, of het achter de staart aanzitten.  De vorm van de epilepsie zegt lang niet altijd iets over de soort van epilepsie die er speelt, dus ook lang niet altijd iets over de oorzaak.

De indeling van een epileptische aanval, hoe ziet een aanval eruit??
Een aanval kan er erg verschillend uitzien, per hond ziet de aanval er meestal hetzelfde uit. De gegeneraliseerde epileptische aanval verloopt meestal in 3 fasen:

1. De inleiding tot de aanval ook wel aura genoemd. Het dier vertoont afwijkend gedrag, is onrustig, aanhalig, kan een rare blik in de ogen hebben. Deze inleidende fase kan enkele minuten tot uren en zelfs dagen duren.
2. De eigenlijke aanval, ook wel ictus genoemd. Deze begint meestal met het verliezen van het bewustzijn en het omvallen van het dier. Daarna treedt er een soort verstijving op met langdurig krampen van de ledematen. Vervolgens treedt er ontspanning op met kortdurende krampen van de ledematen. Tijdens deze fase kan het dier ook urine en ontlasting verliezen, dit is overigens niet afhankelijk van de ernst van de aanval. De totale duur wisselt sterk maar is meestal niet langer dan enkele minuten: het lijken wel uren.
3. De periode na de aanval wordt ook wel post-ictale fase genoemd. Na het bijkomen zijn de meeste honden een beetje in de war. Ze kunnen geheugenverlies vertonen, slecht zien, moeite hebben met bewegen en erg dorstig of hongerig zijn. Deze fase kan enkele seconden tot dagen duren. Het dier dient voorzichtig benaderd te worden. Hij kan namelijk soms dusdanig in de war zijn, dat het onverwachts naderen van een dier in deze fase kan leiden tot een schrikreactie en onbedoelde agressie.

De verdeling in 3 fasen hoeft niet voor elke aanval op te gaan. Er kan ook sprake zijn van een kortdurende aanval zonder bewustzijnsverlies. Of een aanval waarbij uw dier zich uitsluitend afwijkend gedraagt, zoals sterke onrust, naar binnen en naar buiten willen steeds maar weer. En zo zijn er ontelbare varianten denkbaar, waarbij bijvoorbeeld ictus zonder duidelijk waarneembare aura en/of post-ictale fase optreedt, of andere varianten.

Wat te doen wanneer uw hond een epileptische aanval heeft gehad of op dit moment ondergaat?

Bij eerste aanval: eerste controle
Wanneer uw hond voor het eerst een epileptische aanval heeft, kunt u het beste contact met ons opnemen, wij zullen dan in eerste instantie de ernst van de situatie via de telefoon inschatten. Het is vaak lastig om met een hond die midden in een epileptische aanval zit naar ons toe te komen, als de situatie zich heel ernstig aan laat zien, komen wij naar u toe. Vaak echter stoppen de verschijnselen net zo snel als dat ze gekomen zijn en kunt u vervolgens een afspraak maken voor een post-ictale controle. Wij checken hierbij de vitale functies van uw dier: pols/hart/ademhaling/temperatuur en ogen/pupillen/neurologie. Mocht alles qua klinisch onderzoek in orde zijn. Dan is er nog geen reden om uitgebreid onderzoek naar eventuele onderliggende oorzaken in het bloed te doen. We zien nog wel eens dat het bij één aanval blijft. Wij geven u dan een duidelijke uitleg over wat er is gebeurd. Het is daarbij heel belangrijk dat we ons realiseren dat het dier op het moment van de krampen en het bewustzijnsverlies uiteraard niet beseft wat er gebeurt en er dus op dat moment ook geen last van heeft. Wij wel, het ziet er vreselijk uit. Wij vragen tijdens zo’n eerste gesprek ook of de eigenaar tijdens de aanval de tongkleur gezien heeft. Vrijwel geen enkele eigenaar let logischerwijs op de tongkleur tijdens zo’n eerste aanval, je schrikt je een ongeluk. We leggen de eigenaar wel uit dat het uiterst belangrijk is om bij vervolgaanvallen wél op de tongkleur te letten. Dit geeft informatie over zuurstoftekort (blauwverkleuring tong) tijdens de aanval en kan weer helpen bij het stellen van een eventuele diagnose: reactieve epilepsie. Na een verduidelijkend gesprek gaat u met de patiënt weer naar huis, maar niet zonder valium zetpillen (Stesolid®), die u kunt geven wanneer een epileptische aanval zich in volle hevigheid herhaald. Wij merken dat een eigenaar de zetpillen vaak niet eens gebruikt, maar het wel heel prettig vindt om ze in huis te hebben, voor het geval het toch nodig mocht zijn om in te grijpen.

Bij herhaling aanval: tweede controle
Wanneer de epileptische aanval zich herhaalt maken we een vervolgafspraak. Tijdens deze afspraak doen we een bloed epilepsie screening, om te kijken of de oorzaak van de problemen niet elders in het lichaam gelegen is, bijvoorbeeld nieren of lever of in het circulatieapparaat. Tijdens deze vervolgafspraak bespreken we wederom een en ander duidelijk met de eigenaar. Afhankelijk van de uitslagen van de epilepsie screening stellen we een therapeutisch plan op. Het is vaak echer zo dat er helemaal geen afwijkingen gevonden worden. In dat geval houden we regelmatig contact en gaat u als eigenaar een dagboek bijhouden, waarin u bevindingen noteert.

Het is zeker belangrijk om contact met ons op te nemen wanneer u merkt dat de aanvallen sneller na elkaar komen, eerst 1x per 4 weken, nu bijvoorbeeld 1x per 3 weken. Ook is het belangrijk om te bellen wanneer een aanval langer heeft geduurd, dan u gewend was van uw dier. We maken dan een afspraak waarbij we heel zorgvuldig het dagboek met u zullen bespreken. Afhankelijk van de ernst en frequenties van de aanvallen zal wel of niet overgegaan worden tot het geven van medicatie. Dit is zeker niet iets dat we standaard meteen na de eerste aanval doen, aangezien epilepsie medicijnen in het verloop van het gebruik steeds hoger gedoseerd moeten worden om het gewenste effect te bereiken en op een gegeven moment is verhogen gewoon niet meer mogelijk. We beginnen daarom liefst niet te vroeg met het geven van medicijnen, zeker niet wanneer een aanval 1 of 2x per jaar optreedt. Er zijn vele eigenaren die al jaren prima leven met hun hond die 1x per maand een kortdurende aanval heeft, zonder medicijnen.

Probeer niet in paniek te raken tijdens een aanval hoe moeilijk dat soms ook is wanneer uw dier het bewustzijn kwijt is en ligt te krampen. Het is wel zaak om steeds goed te kijken naar uw dier tijdens een aanval. Een aanval mag zeker niet langer duren dan 10 minuten. Tijdens deze periode kan uw dier oververhit raken en aan de gevolgen daarvan sterven. Wij vinden het uiteraard zeer belangrijk dat er vóór die tijd ingegrepen wordt: na 5 minuten mag u ingrijpen met een valium (diazepam) zetpil in de anus, wel gelijk ook ons bellen, want mogelijk moet er ingegrepen worden met meer valium (in het bloedvat) en moeten wij met spoed naar u toekomen. Dit zijn overigens grote uitzonderingen, maar blijf wel alert hierop en zorg dat u altijd medicatie in huis hebt om anaal toe te dienen. Verder is het uiterst belangrijk dat uw dier zich tijdens een aanval niet kan bezeren en dat u zich realiseert dat zij gemeen kunnen bijten tijdens een aanval, iets waar ze overigens totaal geen erg in hebben uiteraard, maar pas op dus. Ik ben nooit het verhaal vergeten tijdens mijn co-schappen van de grote hond die regelmatig een epileptische aanval kreeg en daarbij steevast door de glazen serredeuren stuiterde. Het bazinnetje had al meerdere malen nieuwe serredeuren aan moeten schaffen. Het nuchtere advies van mijn begeleider vergeet ik ook nooit: misschien kunt u in het vervolg de serredeuren opendoen voordat hij er doorheen stuitert. Wat mijn begeleider eigenlijk zei, was: bescherm uw dier tegen beschadigingen door objecten die hij tegen kan komen als hij een hele heftige aanval heeft en echt alle kanten op gaat. Nogmaals: dit zijn hele grote uitzonderingen, maar het zal je maar gebeuren en je zit als baasje wanhopig en onvoorbereid toe te kijken.

Therapie bij epilepsie
Een behandeling met medicijnen zal pas ingesteld worden in overleg met u en wanneer de aanvallen onacceptabel zijn qua frequentie en/of qua ernst. Hierboven is al even aangegeven waarom er voorzichtig met anti-epileptica omgegaan moet worden.  Heeft uw hond slechts twee per jaar een aanval, dan is het vaak niet reëel om de hond te behandelen met medicijnen.
Een behandeling zal zelden leiden tot het volledig verdwijnen van de aanvallen. Een behandeling is geslaagd wanneer de zwaarte van de aanvallen afzwakt en de frequentie afneemt. Bij onvoldoende effect van een behandeling, dient de dosering aangepast te worden van de medicatie. De juiste dosering kan per  individuele hond enorm variëren. Wij controleren regelmatig bloedspiegels van het anti-epilepticum om te kijken of uw dier op de juiste dosering staat. Mocht de bloedspiegel te laag zijn en uw dier doet het wel uitstekend klinisch, dan handhaven we dezelfde dosering.

Het eerste keuze middel bij de behandeling van epilepsie is Fenobarbital®. Dit medicijn kan gedurende de eerste dagen van behandeling sufheid en slaperigheid geven. Als dit na enkele dagen niet overgaat, moet de dosering verlaagd worden. Als bijwerkingen kunnen de dieren meer gaan eten, drinken en plassen.
Het tweede keuze middel is Epitard®.
Er zijn ook combinaties van middelen mogelijk, waarbij vooral een combinatie met Kaliumbromide ingezet wordt bij zeer ernstige, slecht te controleren patiënten met epilepsie.

Wanneer een aanval langer duurt dan enkele minuten (zie ook eerder) of wanneer de aanvallen heel snel achter elkaar optreden, kunnen de hersenen een tekort aan zuurstof krijgen en uw dier oververhit raken. Dit noemen we een status epilepticus. Het is dan noodzakelijk om de hond diazepam te geven, dit kan in de vorm van een rectiole (zie ook eerder: zetpil; rectum is einddarm, vandaar ‘rectiole’).  Door het slijmvlies van de einddarm wordt de werkzame stof snel opgenomen. Indien dit niet afdoende werkt kan het zelfs noodzakelijk zijn dat de hond een infuus krijgt met hetzelfde medicament. Hierbij kan dan ook Fenobarbital® in de spier of intraveneus gegeven (dit laatste moet met de grootst mogelijke zorg gebeuren en in infuusvorm, nooit onverdund in het bloedvat spuiten in verband met het risico van uitvlokken van het medicijn in het bloedvat. Soms kan het zelfs nodig zijn om uw dier tijdens een status epilepticus onder narcose te brengen. Uiteraard is de keuze van de narcosemiddelen hierbij van het grootste belang, omdat sommige narcosemiddelen grote risico’s voor een epileptische patiënt met zich meebrengen en daarom op zo’n moment niet ingezet mogen worden.

Een hond die behandeld wordt voor epilepsie zal regelmatig voor controles langs moeten komen bij de dierenarts. Dan wordt er onder andere bloedonderzoek gedaan, om te kijken of het Fenobarbital® niveau en/of het (kalium)bromide niveau in het bloed, de bloedspiegel, goed zijn. Op geleide van deze bloedonderzoeken in combinatie met het klinische beeld kunnen we er steeds voor zorgen dat uw dier de optimale hoeveelheid medicijnen krijgt.


Aandachtspunten bij de therapie van epilepsie:

1. Plotselinge wijzigingen in de therapie moeten zoveel mogelijk worden voorkomen
2. Het kan enige tijd duren voordat de hond reageert op de ingestelde therapie. Helaas kunnen honden ook helemaal niet reageren. Fenobarbital® heeft tussen de 8 en 20 dagen nodig om een stabiele bloedspiegel te geven.
3. Leefpatroon dient zoveel mogelijk stabiel te worden gehouden.
4. Een hond met epilepsie is gevoeliger voor bepaalde narcose middelen. Vermeld dit als u plotseling bij een andere dierenarts komt, die niet weet dat uw hond epilepsie heeft.
5. Houdt een dagboek bij, waarin u opschrijft op welk moment de aanval optreedt en hoe lang deze duurt en hoe uw dier zich gedraagt. Let hierbij ook speciaal op de tongkleur.
6. Bescherm uw dier tegen lichamelijke schade tijdens een aanval door obstakels uit zijn buurt te houden.


Samenvattend
We kennen verschillende soorten epilepsie, te weten de primaire en de secundaire/reactieve epilepsie.  Aan de hand van het verhaal, het lichamelijk onderzoek, de leeftijd van het dier en  bloedonderzoek wordt een onderscheid gemaakt tussen de verschillende soorten. Bij primaire epilepsie worden er geen afwijkingen gevonden in het onderzoek. Bij secundaire epilepsie is de oorzaak gelegen in de hersenen, aanvullend onderzoek in de vorm van een scan kan dan eventueel meer duidelijkheid geven. Reactieve epilepsie, is epilepsie die ontstaat doordat een orgaan buiten de hersenen, minder effectief functioneert. Bijvoorbeeld een onderliggend lever/nierprobleem, waardoor het lichaam minder goed wordt ontgift en de hersenen een hoger percentage giftige stoffen te verwerken krijgt. Of een onderliggend hartprobleem, waardoor de hersenen te kort zuurstof krijgen. Om deze oorzaak te achterhalen is bloedonderzoek en/of een ECG/echo en/of röntgenfoto hart noodzakelijk. Het is altijd belangrijk om indien mogelijk de oorzaak van de epilepsie vast te stellen. Hier zijn wel de nodige kosten mee gemoeid. Die we u natuurlijk op voorhand kunnen vertellen, zodat u weet waar u aan toe bent.
De prognose van epilepsie is meestal goed, wanneer er sprake is van een primaire epilepsie. Bij de overige soorten, hangt het af van de oorzaak. Zie hierboven voor meer uitgebreide info.
Een epileptische aanval wordt onderverdeeld in 3 fasen, de aura, de ictus en de post-ictale fase, die een verschillend verloop en duur kunnen hebben. Ook epileptische aanvallen kunnen zeer sterk wisselen in heftigheid.
Er bestaan diverse medicijnen die we een epileptische patiënt kunnen geven: anti-epileptica. Het is belangrijk dat niet te snel naar deze medicijnen gegrepen wordt in verband met gewenning en belasting van het lichaam en met name de lever.

Indien u nog vragen heeft kunt u altijd contact met ons opnemen.

De Boog 74
1741 MT Schagen
T:  0224 - 218 997
E: info@dkzuiderkaag.nl