slideshow_02.jpg

Wormen algemeen

Regelmatig ontwormen: in het belang van dier èn mens!!

Mijn dier heeft geen wormen, want ik zie ze niet!!
U ziet ze inderdaad niet, maar ze zijn er wel!!


Wormen

Wormen zijn goed in verstoppertje spelen. Ook al ziet u aan de buitenkant niets, uw huisdieren kunnen het hele jaar door besmet worden. Dit komt omdat wormeieren overal voorkomen, zowel binnen- als buitenshuis. U neemt bijvoorbeeld regelmatig eitjes mee naar huis onder uw schoenen, die vervolgens uw huisdieren kunnen besmetten. Maar ook via zand en stof of bezoek van andere honden en katten kan besmetting optreden. Wormeitjes kunnen ook worden opgenomen, doordat katten en honden zichzelf schoonlikken. Uitlaatvelden zijn beruchte besmettingsplaatsen voor honden en tuinen en zandbakken voor de kat. Daarnaast zijn honden alleseter en katten jagers. Door het opeten van besmette prooidieren, zoals muizen en ratten, kunnen honden en katten ook wormen krijgen. Bij spoelwormen worden pups zelfs al in de baarmoeder besmet en daarna via de moedermelk. Kitten worden voor het eerst via de moedermelk besmet. De meeste worminfecties verlopen bij de hond en kat zonder zichtbare klachten. Hierdoor lijkt het alsof uw huisdier geen worminfectie heeft. Maar niets is minder waar. Een besmetting treedt snel op. Niet alleen bij uw huisdier, maar ook bij uzelf. Want de larven van de spoelworm zijn ook bemettelijk voor mensen. Het is daarom belangrijk in de aanval te gaan tegen wormen en honden en katten minimaal vier keer per jaar preventief te ontwormen.

Wormsoorten

Er komen verschillende wormsoorten voor bij honden en katten. De belangrijkste zijn:

Spoelwormen:
• Toxocara canis (hond) • Toxocara cati (kat) • Toxocara leonina (hond en kat)

Zweepwormen:
• Trichuris vulpis (hond)

Haakwormen:
• Uncinaria stenocephala (hond) • Ancylostoma caninum (hond) • Ancylostoma tubaeforme (kat)

Lintwormen:
• Dipylidium caninum (hond en kat) • Taenia spp. (hond en kat)

Spoelwormen
De meest voorkomende wormsoort bij zowel de hond als de kat is de spoelworm. Er zijn verschillende soorten spoelwormen, maar de Toxocara soorten zijn de belangrijkste. Volwassen spoelwormen leven in de darmen van honden en katten en halen daar hun benodigde energie uit de darminhoud. Deze energie is nodig om te groeien, te bewegen en vele duizenden eieren te produceren. De volwassen vrouwelijke spoelwormen van de kat leggen 20.000 eitjes per dag, terwijl de vrouwelijke spoelwormen van de hond maar liefst 200.000 eitjes per dag leggen. Alle eitjes komen via de ontlasting in de omgeving terecht. Daar moeten de eitjes minimaal enkele weken rijpen voordat ze besmettelijk worden. Eenmaal gerijpt kunnen spoelwormeitjes jarenlang besmettelijk blijven voor dier èn mens. Dat komt omdat de eitjes een hele dikke wand hebben. Daardoor zijn ze ongevoelig voor extreme omstandigheden, zoals vorst.

Rondtrekkende spoelwormlarven
Door honden en katten opgenomen eitjes komen uit in de darm. Een klein deel van de larven die uit de eieren komt, wordt na een trektocht door het lichaam in de darm volwassen. Het overgrote deel van de larven komt echter na de trektocht terecht in de spieren, de lever, de nieren en soms in de hersenen van de hond of kat. Daar worden de larven ingekapseld, waardoor ze in een ‘rustfase’ terecht komen. Deze rustfase kan soms jaren duren. Vrijwel alle honden en buitenkatten hebben in rust verkerende larven. Bij binnenkatten ligt dat percentage wat lager. Bij drachtige teven en poezen worden deze ‘rustende larven’ door hormonen echter weer ‘wakker’, waarna ze hun trektocht hervatten.

Spoelworm bij de hond
Bij drachtige teven trekken de ‘ontwaakte’ larven vervolgens naar de baarmoeder èn melkklieren van de teef. In de baarmoeder besmetten ze de ongeboren pups, waardoor nagenoeg alle pups met een worminfectie worden geboren! Dit heeft tot gevolg dat bij pups van 2 weken oud al volwassen wormen kunnen worden aangetroffen. Daarom moeten pups al op 2 weken leeftijd voor de eerste keer ontwormd worden. Omdat ook de melk van de teef besmet is met larven, blijven pups, zolang ze moedermelk drinken, zich steeds opnieuw besmetten. Om die reden moeten pups in hun eerste levensfase regelmatig ontwormd worden.

Spoelwormlarven bij drachtige poezen
Bij drachtige poezen verloopt de trektocht van de larven vrijwel identiek aan die van de hond. Het enige verschil is dat de kittens niet in de baarmoeder worden besmet, omdat de larven bij poezen niet naar de baarmoeder trekken. Kittens worden na hun geboorte voor het eerst besmet met larven door het drinken van moedermelk. Omdat kittens niet geboren worden met een worminfectie, moeten kittens op 4 weken leeftijd voor het eerst ontwormd worden. Zolang de kittens moedermelk drinken, blijven ze zich steeds opnieuw besmetten. Om die reden moeten ook kittens in hun eerste levensfase regelmatig ontwormd worden.

Ontworming van het moederdier
Pups en kittens met een worminfectie scheiden naast eitjes soms ook larven uit in de ontlasting. Deze eitjes en larven worden door het moederdier opgelikt wanneer ze haar jongen en nest schoonlikt. Het is daarom belangrijk om naast de pups en kittens tegelijkertijd het moederdier te ontwormen.

Gevolgen voor pups en kittens
Pups en kittens zijn veel gevoeliger voor de gevolgen van een spoelworminfectie dan volwassen dieren. Ze kunnen ernstige symptomen ontwikkelen, zoals een versnelde ademhaling, neusuitvloeiing en hoesten (trektocht door de longen). Bij wat oudere pups en kittens kunnen grote aantallen spoelwormen braken en diarree veroorzaken. Soms wordt een opgezette buik gezien (‘wormbuikje’). Daarnaast kan de algemene conditie van het jonge dier achteruit gaan. U kunt dit zien doordat de pup of het kitten een ruwe, doffe vacht krijgt met haarverlies. Verder kan het dier vermageren en een groeiachterstand oplopen. Bij zeer ernstige besmettingen kan zelfs bloedarmoede ontstaan. Ook sterfte komt voor, vooral bij pups van een paar dagen oud, die met een zware infectie geboren worden. Dit is meestal het gevolg van een longontsteking die door de in de longen rondtrekkende larven wordt veroorzaakt. Bovenstaande maakt duidelijk dat het voor de gezondheid van pups en kittens van groot belang is om goed te ontwormen in de eerste levensfase.

Volwassen spoelwormen kunnen herkend worden aan de spaghetti-achtige sliertjes in de ontlasting (of in het braaksel). Spoelwormen kunnen wel 18 cm lang worden. De eitjes en larven zijn zo klein dat ze niet met het blote oog te zien zijn.

Zweepwormen
Zweepworm Zweepwormen (Trichuris Vulpis) komen uitsluitend voor bij honden en dan vooral in kennels. Honden raken besmet door het oplikken van eitjes. De larven uit deze eitjes ontwikkelen zich in de dikke darm tot volwassen wormen. Een volwassen Trichuris vulpis worm is 4-7.5 cm groot en kan 1-1.5 jaar oud worden. De eieren van deze weepwormen blijven 3-5 jaar in de omgeving en zorgen voor hardnekkige besmettingen van de omgeving. Volwassen honden bouwen weinig weerstand op tegen deze wormsoort, waardoor ook oudere honden nog een besmetting kunnen oplopen. De meeste besmettingen verlopen zonder dat u het merkt. Bij ernstige infecties kan slijmerige diarree optreden, vaak met een sliertje bloed.

Haakwormen
Haakwormen leven in de dunne darm. Met hun mondkapsel nemen deze wormen per dag ongeveer 6 hapjes van het darmslijmvlies. Bij zware infecties leidt dit tot een verminderde werking van de darmen en het veroorzaken van diarree.

Lintwormen
Naast spoelwormen kunnen honden en katten ook besmet worden met lintwormen. De meest voorkomende lintworm is de Dipylidium caninum. Deze lintworm is onschadelijk en wordt overgebracht door vlooien en luizen. Wanneer een vlo steekt, dan zal uw huisdier als reactie hierop naar de besmette vlo bijten. Hierdoor wordt de vlo opgegeten. De opgenomen vlo wordt in de maag verteerd, waardoor de lintwormeitjes vrijkomen. Deze eitjes ontwikkelen zich in de darm uiteindelijk tot volwassen wormen. De lintwormen hechten zich vast aan de darmwand en laten regelmatig pakketjes met eieren los. Ze zijn te herkennen als ‘rijstkorrels’ of ‘maden’ rond de anus van uw huisdier. Ze veroorzaken soms jeuk en de dieren kunnen dan gaan ‘sleetje rijden’.

Besmettingen met Taenia soorten komen weinig voor omdat deze wormsoort via een prooidier (o.a. knaagdieren, konijnen en hazen) worden overgebracht. Honden en katten kunnen zich alleen infecteren wanneer zo’n tussengastheer (of een deel ervan) wordt opgegeten. De lengte van lintwormen varieert. Zo kan een Dipylidium lintworm een lengte hebben van 80 cm, terwijl een Taenia lintworm wel een aantal meter lang kan worden. In het algemeen geldt dat een lintworminfectie bijna nooit lichamelijke klachten geeft.

Lintworm bij hond en katAlleen bij zeer massale besmettingen kan diarree optreden (dat met lintwormen besmette dieren afvallen is een fabeltje!). De voornaamste reden om te behandelen, is het verhelpen van de ongemakken, zoals jeuk en sleetje rijden en het voorkomen van eventuele diarree. U kunt namelijk aan de buitenkant niet zien of het om een massale besmetting gaat.
Lintworminfecties zijn goed te voorkomen door nauwkeurige ontworming met een effectief ontwormingsmiddel én een goede vlooienbestrijding.

Risico voor de mens
Sommige wormsoorten, die bij de hond en kat voorkomen, kunnen ook de mens besmetten. De spoelworm die voorkomt bij hond en kat is ook voor de mens besmettelijk! Een besmetting ontstaat over het algemeen niet door direct contact met het huisdier, maar via de omgeving (tuinaarde, zandbakken, ongewassen groente, potgrond, enzovoorts). Spoelwormeitjes worden door besmette dieren via de ontlasting uitgescheiden en komen zo in de omgeving terecht. Deze eitjes kunnen soms jaren overleven. Uit onderzoek is gebleken dat ongeveer 10% van de kinderen en 30% van de volwassenen antilichamen tegen Toxocara spoelwormlarven hebben. Dit betekent dat 1 op de 3 à 4 volwassenen ooit een Toxocara infectie heeft gehad. Een infectie leidt meestal niet tot klachten. Of er symptomen optreden, hangt af van de plaats waar de larven terecht komen en de hoeveelheid opgenomen eieren. De larven kunnen bij mensen niet tot volwassen wormen uitgroeien en na verloop van tijd worden ze door het lichaam afgebroken. Het merendeel van de larven komt in organen en weefsels terecht, zoals lever en spieren, die gemakkelijk kunnen herstellen. Het gaat vaak om een lichte besmetting, die wordt gekenmerkt door griepachtige verschijnselen en vanzelf weer overgaat. Bij een massale infectie kunnen ernstigere klachten optreden, zoals algeheel ziek zijn en leverfunctiestoornissen (chronische buikpijn). Er zijn echter ook zeldzame gevallen bekend, waarbij larven in ogen terecht komen.

Kinderen en spoelwormen
Kinderen hebben de grootste kans om met spoelwormeitjes in aanraking te komen en een besmetting op te lopen, omdat zij vaak buiten spelen, met grond in contact komen en de handen vaak in de mond stoppen. Daarnaast zijn kinderen ook gevoeliger voor de gevolgen van een infectie. Uit onderzoeken is gebleken dat Toxocara een rol speelt bij het tot uiting komen van astmatische klachten bij kinderen. Mogelijk speelt Toxocara ook een rol bij het ontstaan van bepaalde vormen van gedrags- en leerstoornissen en epilepsie. Kinderen die een Toxocara infectie hebben doorgemaakt, kunnen klachten hebben, zoals buikpijn, gebrek aan eetlust, slaap- en gedragsstoornissen, versnelde ademhaling, koorts en pijn in armen en benen. Artsen zouden bij kinderen met chronische buikpijn (zonder duidelijke oorzaak) en typische afwijkingen in het bloed (persisterende eosinofilie) ook rekening moeten houden met een Toxocara infectie.

Preventie
Met name vanwege de eerder genoemde gezondheidsrisico’s voor dier èn mens is het voorkómen van een wormbesmetting van groot belang. Uiteraard staat goede en nauwkeurige ontworming van honden/katten daarbij centraal! Met de gebruikelijke schoonmaak- en ontsmettingsmiddelen worden spoelwormeieren niet gedood. Het is belangrijk om het ontwormingsschema consequent aan te houden. Op die manier wordt het aantal wormeieren in de omgeving verminderd waardoor het besmettingsrisico kleiner wordt.

Preventieve maatregelen
• Laat honden niet uit op plaatsen waar kinderen spelen.
• Ruim de ontlasting direct op.
• Verwijder ook zorgvuldig ontlasting uit de kennel, cattery, tuin en zandbak.
• Deponeer de ontlasting niet in de GFT bak. Van GFT wordt compost gemaakt. Spoelwormeitjes overleven het proces van composteren, waardoor besmette compost kan ontstaan.
• Laat kinderen na het buiten spelen én voor het eten hun handen wassen.
• Laat kinderen hun nagels kort houden.
• Draag handschoenen bij het werken in de tuin en het verpotten van planten.
• Was de handen altijd na tuinieren en na het verwijderen van honden- en kattenontlasting.
• Was groente en fruit uit eigen tuin grondig.
• Dek zandbakken goed af zodat honden en katten er niet in kunnen. Ook scholen dienen hun zandbakken goed af te dekken.
• Reinig de vaste ligplaatsen van honden en katten regelmatig (mand en vloer).

Nauwkeurig ontwormen
• Uiteraard goed op gewicht ontwormen.
• Volwassen honden en katten minimaal 4x per jaar ontwormen.
• Ontwormingsschema pups en jonge honden (< 1 jaar): op 2, 4, 6, 8 weken en vervolgens maandelijks tot een leeftijd van 6 maanden ontwormen, daarna op 9 en 12 maanden en daarna minimaal 4x per jaar.
• Ontwormingsschema kittens en jonge katten (< 1 jaar): 4, 6, 8 en 10 weken, daarna maandelijks tot een leeftijd van 6 maanden ontwormen, daarna op 9 en 12 maanden en daarna minimaal 4x per jaar.
• Altijd alle dieren in huis tegelijk ontwormen!!!
• Een lintwormen besmetting voorkomen door óók vlooien optimaal te bestrijden, zowel het dier als de omgeving.

Het middel Stronghold® werkt zowel tegen vlooien (vlooiendodend) als tegen spoelwormen, niet tegen lintwormen. Het is een breed middel, dat ook tegen schurft en oormijten ingezet kan worden.

De Boog 74
1741 MT Schagen
T:  0224 - 218 997
E: info@dkzuiderkaag.nl