slideshow_05.jpg

MIJN KAT HEEFT DIARREE

Iedere eigenaar die een kat als huisdier heeft, wordt wel eens geconfronteerd met diarree bij zijn dier. Meestal gaat het om een dagje of hoogstens 2 dagen en dan zijn de problemen weer weg. Maar het kan ook langer duren en soms ook in de acute fase dusdanig ernstig zijn, dat een dierenarts bezocht moet worden. Het grote risico bij elke vorm van diarree is uitdroging. En als er ook nog eens misselijkheid en braken bij komt, een complicatie die we vaak bij diarree zien, is het zeker zinvol om goed op te letten dat uw huisdier niet uitdroogt en ernstig verzwakt.


Wat is diarree?
Normale kattenontlasting (faeces) is bruin en goed gevormd. Alles wat hiervan afwijkt wordt diarree genoemd. Het hoeft dus niet noodzakelijkerwijs waterdun te zijn, maar kan ook een brij zijn, of net iets minder mooi gevormd dan anders zijn of een andere kleur hebben. Ook kan er slijm en/of  bloedbijmenging gezien worden. Ook kan uw kat in plaats van één maal per dag ineens vier maal per dag ontlasting produceren, terwijl het dieet hetzelfde is gebleven. Ook in dit geval spreken we van diarree. Uw kat heeft dus diarree als er iets verandert in de consistentie (stevigheid, slijm, vocht) en de kleur (lichter, donkerder, bloedbijmenging) van de ontlasting, maar ook als de frequentie van de defaecatie (productie van ontlasting) omhoog gaat.

Welke vormen van diarree zijn er?
Een darmkanaal kan worden onderverdeeld in een dunne en in een dikke darm. Beide kunnen  afzonderlijk diarree veroorzaken. Het is voor de diagnostiek en therapie belangrijk om een onderscheid te maken in dunne darm diarree dan wel dikke darm diarree. Uiteraard kan ook het gehele maagdarmkanaal voor problemen zorgen, maar meestal is er door zorgvuldig navragen van de anamnese (wat doet de kat precies, hoelang al, hoe ziet de ontlasting er uit, wat krijgt hij of zij te eten, enzovoorts) goed na te gaan welk deel van het darmkanaal voornamelijk verantwoordelijk is voor de problemen.
Bij een dikke darm diarree zien we meestal een fors toegenomen defaecatiefrequentie en zien we de kat vaak persen, zonder dat er ontlasting komt: hoogstens perst het dier er dan wat druppels bloed of wat slijmproppen uit. U moet zich voorstellen dat bij een dikke darmontsteking het slijmvlies van de dikke darm gezwollen is, waardoor uw kat constant de suggestie heeft dat er ontlasting aankomt, dit betreft echter het gezwollen slijmvlies. Het ontstoken slijmvlies is flink doorbloed (vers bloed in of op de ontlasting) en slijmbekercellen in de dikke darmwand maken overuren (slijm in of op de ontlasting).
Overigens kunnen ook slijm en bloed bij een dunne darmontsteking waargenomen worden. Bij een dunne darm ontsteking zal er echter eerder donkerverkleurd bloed in de ontlasting zitten dan vers bloed (zwart = oud bloed). Bij dunne darm diarree zien we vaker waterdunne ontlasting, een normale of slechts weinig toegenomen defaecatiefrequentie en vermagering.
De scheidslijn is vaak dun tussen de beide vormen van diarree. Gelukkig blijkt het meestal mogelijk om na het stellen van de juiste vragen, zoals al eerder besproken, een onderscheid te maken. We concentreren ons in dit verhaal op de dunne darm diarree.

Acute en chronische dunne darm diarree
Dunne darm diarree kan veroorzaakt worden door problemen in het maagdarmkanaal (voeding, bacteriële of virale infecties) of  erbuiten (lever, nieren, schildklier). We concentreren ons nu op oorzaken die in de dunne darm gelegen zijn.

Diagnostiek
Het is heel belangrijk om te allen tijde de algehele conditie van het dier in de gaten te houden. Een kat met diarree, en met name acute dunne darm diarree, waarbij waterdunne ontlasting uit de anus spuit, kan heel snel uitdrogen. Op dat moment is het essentieel om snel op te treden en de diarree zo snel mogelijk de kop in te drukken. Kittens vormen in dit verband met name een groot risico. Bij het stellen van de diagnose moet je dus steeds naar de patiënt kijken en zeker geen tijd verliezen met uitgebreide diagnostiek als de patiënt ernstig gedehydreerd (= uitgedroogd) is. Dan is het in de eerste plaats essentieel dat de patiënt vocht toegediend krijgt en symptomatische therapie om verder vochtverlies te voorkomen. Bij het algemeen onderzoek zijn standaard parameters aanwezig om heel snel een dehydratie vast te stellen, zoals de polsfrequentie, de slijmvlieskleur (rood kan op dehydratie wijzen) en de turgor (hoe snel valt een huidplooi weer glad op het lichaam). Temperaturen is altijd belangrijk. Bij een temperatuurverhoging kun je een aanwijzing krijgen dat er een infectieus probleem speelt. Het is altijd belangrijk je te realiseren dat dit richtlijnen zijn. Verder moet altijd de buik van een patiënt met diarree zorgvuldig gevoeld worden op zoek naar een mogelijk vreemd voorwerp of een invaginatie (darmdelen schuiven in elkaar). Echografisch onderzoek of een röntgenfoto kunnen bij twijfel uitkomst bieden. Uiteraard moet ook zeer zorgvuldig naar de ontwormstatus van de patiënt gevraagd worden. We zien acute dunne darm diarree nog wel eens bij jonge dieren na een ontworming optreden, maar we zien diarree problemen veel vaker optreden als er juist niet of onvolledig ontwormd is. Goede ontworming blijft altijd essentieel in de voorkóming van diarree problemen en de ontwormstatus hoort eigenlijk bovenaan het vragenlijstje te staan wanneer een dier met diarree binnenkomt. Tenslotte kan bij ernstig zieke dieren bloedonderzoek een indruk van de conditie alsook van de ernst van dehydratie geven.
 
Kittens
Als oorzaken moeten we bij kittens voornamelijk aan dieet en infecties denken. Met betrekking tot het dieet gaan de gedachten uit naar melkintolerantie (lactose), overvoeren met melk (zowel qua hoeveelheid als qua frequentie) en een te snelle voerwisseling, bijvoorbeeld na het spenen. Bij infecties moet aan bacteriën, virussen (bijvoorbeeld coronavirus) en parasieten (bijvoorbeeld spoelwormen en/of giardia) gedacht worden, vaak zie je dan dat meerdere kittens in een nest problemen hebben. De rol van ziekteverwekkende bacteriën staat op het moment erg ter discussie. Het lijkt erop dat bacteriën bij darmontstekingen van kittens geen grote rol spelen. Bacteriologisch onderzoek van ontlasting wordt dan ook niet als standaard diagnostiek aangeraden. Op de rol van antibiotica bij diarree zowel bij kittens als bij oudere dieren, kom ik later in dit artikel nog terug. Faecesonderzoek is wel zeer zinvol op zoek naar bijvoorbeeld Giardia (een protozoaire infectie, die voor heel veel problemen kan zorgen).

Jonge dieren
Bij jonge dieren is het essentieel om even stil te staan bij de zeer frequent voorkomende  voedselintolerantie. Voedselintolerantie is wezenlijk iets anders dan voedselallergie. Over een voedselintolerantie spreken we bijvoorbeeld wanneer een dier een glutenovergevoeligheid heeft, en zo zijn er nog veel meer voorbeelden te noemen. Om deze diagnose te stellen moet er een speciaal dieet (liefst home-made) gegeven worden voor een periode van minimaal 4-5 weken. Uw dierenarts kan u hier meer over vertellen.

Volwassen dieren
Ook bij volwassen dieren vinden we oorzaken van dunne darm diarree in te snelle voedingswisselingen en parasitaire en protozoaire problemen, zoals slechte ontworming en Giardia infecties. Wanneer we het terrein van de chronische dunne darm ontstekingen betreden moeten we denken aan een te snel werkende schildklier, alvleesklier problemen, chronische ontsteking van het darmkanaal (IBD genoemd: inflammatory bowel disease: een vrij frequent voorkomend probleem bij volwassen dieren) en ook tumoren.

Het is duidelijk dat de scheidslijn tussen problemen die in de verschillende leeftijdsgroepen op kunnen treden nooit absoluut getrokken kan worden. Verder zijn verschillende belangrijke en regelmatig voorkomende problemen aangestipt, maar is het overzicht natuurlijk verre van volledig. Dat zou ook veel te ver voeren.

Samenvatting diagnostiek
Diagnostisch is het altijd belangrijk om goed naar de ontlasting te kijken (probeer altijd een monster mee te nemen naar de dierenarts) om zo nodig te laten onderzoeken op wormeieren en/of Giardia (onderzoek naar Giardia vereist vaak onderzoek van meerdere ontlastingsmonsters). Bacterieel onderzoek van faeces levert vaak niet op wat ervan verwacht wordt. Een verteringsonderzoek kan vaak wel goede informatie geven. Zo ook bloedonderzoek, bijvoorbeeld wanneer getwijfeld wordt aan de werking van de schildklier. Bij IBD en andere chronische darmontstekingen,  waarbij standaard therapeutische maatregelen niet het gewenste effect geven, is het belangrijk om tot bioptname van de darmen over te gaan en histopathologisch onderzoek te laten uitvoeren. Dit wil zeggen dat er chirurgisch of endoscopisch stukjes uit de darm worden gehaald, die vervolgens door een patholoog microscopisch beoordeeld kunnen worden.

Therapie
Al eerder is er aangestipt dat rehydratie van een ernstig ziek dier met waterige diarree het allerbelangrijkste is. Bij een dergelijk ziek dier zal een infuus onder de huid niet meer voldoende zijn en zal het infuus direct de bloedbaan in moeten lopen of, wanneer er bij ernstige shock geen mogelijkheid is om een infuus aan te leggen, in een lang pijpbeen geprikt moeten worden om de vloeistof direct in het merg te geven. Verder is het essentieel om hierna zo snel mogelijk de oorzaak op te sporen om een gerichte therapie te kunnen starten. Bij de meeste vormen van acute diarree is het geven van een infuus en vochtabsorberende preparaten, samen met licht verteerbare voeding, al genoeg om het gewenste resultaat te krijgen. Uiteraard gaat dit voorbij aan de meer specifieke oorzaken, zoals Giardia (Fenbendazol) , IBD (prednisolon, chemotherapeutica) en alvleesklierproblemen (alvleesklierenzym, dieetvoeding) bijvoorbeeld. Hierbij zal gerichte therapie de enige blijvende oplossing bieden. Belangrijk is het in ieder geval om in dit kader te vermelden dat antibiotica vaak gecontraïndiceerd zijn. Heel vaak wordt als eerste medicijn gelijk naar een antibioticum gegrepen. Het is hierbij belangrijk om je te realiseren dat Metronidazol, Fenbendazol en sulfa-preparaten (slechte opname bij katten: speekselen) weinig verstoring van de darmflora geven, maar dat Ampicilline en Amoxicilline juist weer een zeer sterke verstoring van de darmflora geven en de problemen alleen maar kunnen verergeren.

Het voert veel te ver om alle ziekteproblemen die dunne darm diarree veroorzaken uitgebreid te gaan behandelen. Met de bespreking van elke oorzaak op zich is al makkelijk een artikel te vullen. We gaan in vogelvlucht door de mogelijkheden heen om een indruk te geven van de problemen waar je allemaal tegenaan kunt lopen. Soms is het eenvoudig op te lossen, soms is het een levensgroot probleem waar heel veel diagnostiek bij komt kijken. Te allen tijde moet de zorg voor de patiënt hierbij voorop staan.

De Boog 74
1741 MT Schagen
T:  0224 - 218 997
E: info@dkzuiderkaag.nl