slideshow_05.jpg

FIV

FELINE IMMUNODEFICIËNTIE VIRUS (FIV)


Aids bij de kat: het komt voor
Sommigen zullen niet verbaasd opkijken bij het lezen van deze aanhef, menigeen zal echter onbekend zijn met het feit dat Aids bij katten voorkomt en daarvan schrikken. “Is het besmettelijk voor de mens?” zal men vragen. Het antwoord hierop is gelukkig "Nee". Na de ontdekking in 1986 van het virus dat verantwoordelijk is voor Aids bij katten, is er uitgebreid onderzoek gedaan naar de besmettingskans voor mensen, en onomstotelijk bewezen dat deze met dit virus niet besmet kunnen worden.

Het virus
Bij mensen wordt het voor Aids verantwoordelijke virus kortweg HIV genoemd: humane immunodeficiëntie virus (feline = katachtigen, immunodeficiëntie = tekort aan afweer). Het FIV is een retrovirus, dat zich kenmerkt door een hele gevaarlijke eigenschap: het nestelt zich in het erfelijke materiaal van een kat en blijft daar onaantastbaar zitten. Daarnaast is het FIV een lentivirus (een langzaam virus), wat wil zeggen dat een kat al heel lang besmet kan zijn met FIV voordat het dier daadwerkelijk ziek wordt. Het kan wel meer dan vijf jaar duren voordat je klinische verschijnselen gaat zien. Een FIV-besmetting leidt dus niet automatisch binnen afzienbare tijd tot het ontstaan van Aids. Aids is de ziekte die voortvloeit uit een besmetting met het FIV-virus, en deze laat soms heel lang op zich wachten, soms zelfs zo lang, dat een kat sterft van ouderdom voordat ziekteverschijnselen door zijn FIV-besmetting zichtbaar worden. Het blijft echter een feit dat het virus na nesteling als een soort tijdbom op de loer ligt om actief te worden.

Wereldwijd
Infecties met het FIV-virus zijn wereldwijd aangetoond, in percentages variërend van 0 tot 15% bij gezonde dieren en van 3 tot 44% bij zieke dieren.
In Nederland zijn al diverse onderzoeken uitgevoerd naar het voorkomen van FIV-besmettingen en van één van die onderzoeken heb ik in de jaren 1991 en 1992 aan het hoofd gestaan. Hiervoor heb ik een risicogroep katten onder de loep genomen: de asielkatten. Veel katten in asiels zijn zwervers, die een grote kans maken met een soortgenoot in een vechtpartij om hun territorium verzeild te raken.
Aangezien FIV binnen de kattenpopulatie voornamelijk middels bijtwonden wordt overgebracht, is het duidelijk dat zwervers een vergroot risico vormen met het FIV besmet te raken. In mijn onderzochte populatie bleek 3,7% van de gezonde dieren FIV-positief te zijn en 13% van de zieke dieren. Bij andere onderzoeken in Nederland waarbij andere dan risicogroepen onderzocht werden bleek respectievelijk 0,1% en 3% van de dieren FIV-positief te zijn.

De besmetting
Seksuele overdracht van een besmet mannetje naar een onbesmet vrouwtje of omgekeerd speelt bij katten, in tegenstelling tot bij mensen, nauwelijks een rol. Ook overdrachtsmogelijkheden van moeder op kitten zijn niet van belang. Uit vele studies blijkt de belangrijkste vorm van virusoverdracht de bijt- c.q. vechtverwonding te zijn.
Katers leveren regelmatig territoriale gevechten en blijken ook wereldwijd veel vaker positief te zijn dan poezen.
Castratie van een kater vermindert zijn behoefte door seksuele lusten ingegeven territoriale gevechten te leveren en daarmee ook zijn kans besmet te worden. Een heel apart gegeven is de positie van een intact vrouwtje ten opzichte van een niet-intact (gecastreerd) vrouwtje. Een gecastreerd vrouwtje neemt een veel lagere positie in binnen een hiërarchiepatroon en zal veel eerder slachtoffer zijn van een bijtwond dan een intact vrouwtje. Bij vrouwtjes zijn de rollen dus omgedraaid.

Ziekteverloop
Het ziekteverloop bij de kat komt sterk overeen met dat bij de mens. We maken een onderverdeling in vijf stadia:
1. Acute fase; in deze fase kunnen dieren wat koortsig zijn en vergrote lymfeknopen hebben. Soms wordt ook wat diarree gezien. De meeste dieren komen deze acute fase probleemloos door en worden drager van het virus.
2. Asymptomatische drager; het virus heeft zich genesteld in het DNA (het erfelijk materiaal) en de kat leeft vrolijk en ‘gezond’ verder. Dit stadium kan vele jaren duren. In deze periode is een  besmetting met een simpel bloedonderzoek aan te tonen, echter: geen mens gaat met een gezonde kat naar de dierenarts met het verzoek zijn dier op FIV te testen. Uitzondering hierop zijn de fokkers van raskatten.
3. In het derde stadium zien we wat vage ziektebeelden. Soms wat koorts, wat gewichtsverlies, slecht willen eten en bloedarmoede. Ook zwelling van de lymfeknopen kan tot de symptomen behoren. Dit stadium kan enkele maanden tot een jaar duren. Pas in deze fase besluiten sommige eigenaren dat het zinvol is een dierenarts te raadplegen, maar doen dit lang niet allemaal: het zijn immers maar wat kwakkelklachten, vaak absoluut niet ernstig, ‘die vast wel weer overgaan’.
4. In stadium vier spreken we van een ‘Aids-gerelateerd complex’. Het is in dit stadium dat de meeste katten aangeboden worden bij de dierenarts. Ze krijgen chronische klachten, zoals een niesziekte die niet over wil gaan, ernstige bekontstekingen, voortschrijdend gewichtsverlies, bloedarmoede, last van uitputtingsverschijnselen en een diarree die maar niet verdwijnt. De gezondheidstoestand van de katten die in stadium vier terechtkomen, zal in enkele maanden, maar soms ook nu weer jaren, erg achteruit gaan.
5. Het laatste stadium waarin uw besmette dier kan komen is het Aids-stadium. De dieren die in dit stadium belanden kunnen meestal nog maar enkele maanden met hele intensieve ondersteunende therapie in leven gehouden worden. Het stadium kenmerkt zich door een totaal ontbrekende afweer, waardoor allerlei infecties toeslaan die de kat normaal gesproken prima te lijf kan en die het dier voor het merendeel mogelijk al levenslang bij zich draagt.

Tegenwoordig wordt er nog een zesde groep ingedeeld waarin talrijke klinische problemen ondergebracht worden die niet goed binnen de genoemde vijf stadia zijn te plaatsen: dementie, trilbewegingen van de kop, onzindelijkheid, zich verstoppen en agressie.

Diagnose
Tegenwoordig kan een dierenarts met een eenvoudig uit te voeren sneltest binnen tien minuten een indicatie geven of een dier FIV-positief is of niet. In onze kliniek worden alle dieren met ernstig ontstoken plekken in de bek – zoals de foto’s duidelijk weergeven – standaard getest op FIV. De test bekijkt of er antilichamen tegen het FIV in het lichaam van de kat aanwezig zijn. Het is uiteraard essentieel een positieve uitslag (dat wil zeggen: er zijn antilichamen aanwezig, dus de kat is besmet met FIV) altijd in het licht van en tegen de achtergrond van het ziektebeeld van de patiënt te beoordelen. Test je een jonge, kerngezonde fokkater van zes maanden positief en weet de eigenaar je te vertellen dat hij nog nooit buiten is geweest en nog nooit gevochten heeft, dan moeten de alarmbellen gaan rinkelen en zou het bloedmonster van dit dier opgestuurd moeten worden naar een goed geoutilleerd laboratorium om de diagnose te bevestigen. Een sneltest is een prima screening, maar vertrouw er nooit blind op.

Preventie
Het is inmiddels duidelijk geworden dat zwervende of verwilderde mannelijke dieren het grootste risico vormen voor uw eigen huisdier. Het is lastig om contact van uw buiten lopende huis-tuin-en-keukenkat met een zwerver te voorkomen en het is dus ook lastig risicovolle situaties altijd te vermijden. Belangrijk lijkt het wel te zijn – gezien  het gedrag van niet gecastreerde katers - uw kater te laten castreren, waardoor hij minder zwerfdrang krijgt en minder kans loopt een besmet dier tegen te komen. Verder zijn zwerfkatten met door het vechten gerafelde oorranden verdacht, zeker die dieren die vanuit een schuw, bijna agressief gedrag ineens toenadering tot u zoeken; besmetting met  FIV zou zelfs tot gedragsveranderingen kunnen leiden, waardoor antisociale dieren ineens supersociaal worden. Kijk uit met het in huis halen van onbekende zwerfkatten. Sociaal contact met uw kat kan niet zoveel kwaad, maar één vechtpartij met een bijtwond is al genoeg voor overdracht van ellende.
In de kattenfokwereld is het tegenwoordig al voorschrift dat alle dieren alvorens er gedekt mag worden, getest moeten worden op FIV (en FeLV, leukemie bij de kat).

In de praktijk
Wanneer ik bij een kat een FIV-besmetting vaststel, praat ik uitgebreid met de eigenaar over ‘hoe nu verder’. Sommige katten die qua besmetting in één van de eerste stadia zitten, kunnen we met een kortdurende therapie weer symptoomloos en ‘gezond’ (maar wel voor het leven FIV-dragend) maken. Uit het voorgaande blijkt dat je echter nooit precies weet wanneer het volgende stadium van de ziekte intreedt – de tijdbom ligt misschien wel lange tijd in ruste – en het dier nog vele jaren vrolijk verder kan leven. Ik vind het altijd uiterst belangrijk dat een eigenaar zich realiseert dat zijn kat vanaf het moment van besmetting een gevaar vormt voor andere dieren. En hoewel ik geen enkele reden zie een kat met een FIV-besmetting te euthanaseren, vraag ik wel van een eigenaar na te denken over preventieve maatregelen, zodat zijn kat geen andere dieren kan besmetten. En tot nu toe hebben alle eigenaren met een besmette kat gelukkig volledig en zonder problemen hun verantwoordelijkheden jegens de totale kattenpopulatie genomen.



Bekproblemen die je bij een kat met een FIV-besmetting kunt zien.

De Boog 74
1741 MT Schagen
T:  0224 - 218 997
E: info@dkzuiderkaag.nl