slideshow_03.jpg

Hartaandoeningen bij de hond en kat

 

 

Inleiding
Het hart van een hond en een kat is net zoals bij mensen onderverdeeld in een rechter en een linker harthelft. Deze rechter en linker harthelften bestaan uit een boezem en een kamer. Het totale hart bestaat dus uit 4 compartimenten. De rechter boezem ontvangt het zuurstofarme bloed uit het lichaam en pompt deze naar de rechter kamer. Vanuit de rechterkamer wordt het in de richting van de longen gepompt. Daar wordt het bloed van zuurstof voorzien en bereikt het de linker boezem. Vanuit de linker boezem wordt het bloed naar de linker kamer gepompt en zo komt het in de aorta terecht, ook wel grote lichaamslagader genoemd, en bereikt het bloed via specifieke slagaders de diverse organen.

Het hart is opgebouwd uit diverse lagen. Van buiten naar binnen: het hartzakje (pericard), de hartspier (myocard) en de binnenbekleding (endocard). Tevens zitten er tussen de diverse gedeelten in het hart, onder andere tussen de boezem en de kamer en tussen de kamer en de longslagader en de kamer en de aorta klepsystemen.

Hartaandoeningen kunnen problemen betreffen van elk van de beschreven onderdelen van het hart. Bij de kat betreffen het vaak problemen aan de hartspier. Bij de hond zien we ook vaak problemen aan de hartspier, maar ook aan de klepsystemen van het hart. Daarnaast moet er onderscheid gemaakt worden tussen aangeboren en verkregen hartaandoeningen. Aangeboren hartproblemen zijn er vanaf de geboorte en worden vaak geleidelijk erger. Met sommige aangeboren hartproblemen kan een dier echter wel oud worden. De verkregen hartaandoeningen zijn ziekten van het hart die op latere meestal oudere leeftijd ontstaan. Het is goed ons te realiseren dat bepaalde aangeboren c.q. genetische hartafwijkingen, bijvoorbeeld HCM bij de kat, pas op latere leeftijd problemen kunnen geven of zichtbaar gemaakt kunnen worden (echo).

In onze kliniek is een veel cardiologische kennis bij het diergeneeskundig team aanwezig en is de juiste apparatuur voorhanden om tot een zorgvuldige diagnose te komen. Wij bezitten onder andere een E.C.G. apparaat, een bloeddrukmeter, een röntgenapparaat en een echo apparaat. Kortom: alle apparatuur is in onze kliniek aanwezig om tot een juiste diagnose te komen. Tevens komt met grote regelmatig specialist radiologe Melinda Schmidt bij ons in de kliniek langs om specialistische echo’s te maken van raskatten (officiële HCM en PKD echo’s), zie hieronder onder het kopje HCM, waar u meer over deze veel voorkomende aandoening bij katten kunt lezen. Melinda staat ons ook met raad en daad terzijde bij problemen die lastig te diagnosticeren zijn. Indien de diagnose een aandoening betreft waarvoor doorverwijzing noodzakelijk is, dan zullen wij deze voor u verzorgen.

Aangeboren hartaandoeningen
Hieronder volgt een overzicht van de meest voorkomende aangeboren hartproblemen bij de hond en de kat.

Aortastenose
Een aortastenose houdt in dat de uitstroomopening van de linker kamer naar de aorta vernauwd is. Deze vernauwing bevindt zich over het algemeen net onder de kleppen die zich bij de uitstroomopening van de linker kamer naar de aorta bevinden. Rassen waarbij deze aandoening vaker wordt gezien zijn: Boxer, Golden Retriever, Duitse Herder, Rottweiler en Newfoundlander. Bij katten komt het slechts zelden voor.
Ten gevolge van deze vernauwing gaat het hart aanpassingen doen om toch voldoende bloed het lichaam in te kunnen pompen. Vanwege het feit dat de uitstroomopening nauwer is, moet het hart tegen een hogere druk inpompen, en dus meer kracht leveren. De linkerkamer hartspierwand zal daardoor gaan verdikken. Tevens kan er net na de vernauwing een soort verwijding ontstaan van het begin van de aorta. Tevens kunnen de kleppen minder goed gaat sluiten en gaat er dus mogelijk bloed teruglekken in tegengestelde richting.
Diagnose: middels het lichamelijk onderzoek van de hond, kan door naar het hart te luisteren vaak een luide tot minder luide ruis gehoord worden. In combinatie met het ras, kan een sterke verdenking ontstaan op het mogelijk aanwezig zijn van deze hartaandoening. Middels Doppler echo kan de exacte diagnose worden vastgesteld. Wij hebben een echo met Doppler mogelijkheid tot onze beschikking.
Therapie: middels hartkatheterisatie kan er met behulp van een soort ballon de vernauwing worden opgerekt. Of dit mogelijk (en nodig) is, is wel afhankelijk van de ernst en de precieze lokalisatie van de vernauwing. Het zo snel mogelijk vaststellen van deze aandoening en handelen op bovenstaande manier zal de prognose (levensduur) verlengen, aangezien er dan nog geen overige veranderingen aan het hart zijn ontstaan, onder andere de linkerkamer hartwand verdikking. Voor hartkatheterisatie moeten wij u doorsturen naar de Universiteitskliniek in Utrecht.
Prognose: is onzeker, er kunnen veelvuldig flauwtes optreden bij plotseling heftige inspanning of enthousiasme. Denk aan de wilde dartelende boxer. Plotselinge dood kan voorkomen.

Pulmonaalstenose
Dit houdt in dat de uitstroomopening van de rechter kamer in de richting van de longen bij de basis van de longslagader (ook wel arterie pulmonalis genoemd) is vernauwd, meestal ter hoogte van de kleppen, soms er net onder. Rassen waarbij deze hartaandoening vaker wordt gezien zijn: Beagle, Boxer, Bullmastiff, Keeshond, Schnauzer, Chihuahua en Terriers. Ook bij katten wordt deze aandoening gezien. Hierbij kan evenals bij de aortastenose een verwijding optreden net na de vernauwing bij de basis van de longslagader, een verdikking van de rechterkamer hartspierwand optreden en de kleppen kunnen gaan lekken. Diagnose: middels het lichamelijk onderzoek van de hond, kan door naar het hart te luisteren vaak een luide tot minder luide ruis gehoord worden. Afgezien van de ruis die door de dierenarts gehoord kan worden, geeft deze aandoening zelden klachten op jonge leeftijd. In combinatie met het ras en bevindingen bij lichamelijk onderzoek kan een sterke verdenking ontstaan op het mogelijk aanwezig zijn van deze hartaandoening. Middels Doppler echo kan de exacte diagnose worden vastgesteld.
Therapie: middels hartkatheterisatie kan met behulp van een soort ballon de vernauwing worden opgerekt. Of dit noodzakelijk is, is wel afhankelijk van de ernst en de precieze lokalisatie van de vernauwing. Het zo snel mogelijk vaststellen van deze aandoening en handelen op bovenstaande manier zal de prognose (levensduur) verlengen, aangezien er dan nog geen overige veranderingen aan het hart zijn ontstaan, zoals de rechterkamer hartspierwand verdikking.
Prognose: de prognose is afhankelijk van de overige hartveranderingen die ten gevolge van de hoge druk waar het hart tegen in heeft moeten pompen opgetreden zijn, onder andere lekkende kleppen en verdikte rechterkamer hartspierwand. Over het algemeen is de prognose gunstig.

Ventrikel septum defect
Dit wil zeggen dat er een gaatje zit in de scheidingswand tussen de linker en rechter harthelft. Het gaatje bevindt zich meestal in de wand net onder de uitstroomopening van de linker kamer naar de aorta.
De oorzaak van deze hartaandoening is onbekend, al wordt het bij de Engelse Springer Spaniel familiair beschreven. Dat wil zeggen dat het erfelijk in bepaalde foklijnen voorkomt. Het komt bij diverse rassen voor, en ook bij katten.
Diagnose: middels lichamelijk onderzoek kan een op jonge leeftijd een ruis worden gehoord. De ernst van de hartruis zegt niets over de grote van het gaatje. Een klein gaatje kan soms juist een luide ruis geven. Middels kleuren Doppler echo kan de diagnose met zekerheid worden vastgesteld en kan de grootte van de diverse onderdelen van het hart worden bekeken en daarmee de consequenties voor het verder functioneren van het hart worden ingeschat.
Therapie: bij kleine defecten wordt er niets gedaan en kan het dier er gewoon oud mee worden. Bij grote defecten wordt er soms chirurgisch ingegrepen, maar dit is wel afhankelijk van de ernst van de aandoening en de gevolgen voor het verdere leven van het dier. Dit is een keuze die de specialist cardiologie van de Universiteitskliniek in Utrecht samen met u zal maken.

Persisterende ductus arteriosus (PDA)
De ductus arteriosus is een foetaal bloedvat die zich tussen de basis van de longslagader en de basis van de aorta bevindt. Als de vrucht nog in de baarmoeder zit, hoeft het bloed nog niet van zuurstof te worden voorzien in de longen. Aangezien de vrucht nog niet ademhaalt en zuurstof ontvangt via het bloed van de moeder. Daarom bestaat er een soort omleiding, die de ductus arteriosus wordt genoemd. Bij het geboren worden van de vrucht, ontplooien de longen zich, en gaat de pasgeboren vrucht zelf ademhalen. Door de veranderingen die er dan optreden sluit de ductus arteriosus dan gebruikelijk, zodat het bloed niet meer wordt omgeleid, maar wel naar de longen wordt gesluisd. Soms echter gaat er iets mis bij het sluiten van de ductus en blijft deze bestaan. Het bloed wordt dan minder goed van zuurstof voorzien. Het is de meest voorkomende aangeboren hartafwijking bij de hond en het wordt ook bij katten gezien. Het kom erfelijk bij de Poedel voor en wordt meer gezien bij de Cocker Spaniël, Duitse Herder, Sheltie en de Collie.
Diagnose: bij het lichamelijk onderzoek kan de dierenarts bij het luisteren naar het hart een luide ruis horen, ook wel ‘machinekamergeruis’ genaamd. Met behulp van de Doppler echo kan de exacte diagnose worden gesteld. Het is geen aandoening echter die eenvoudig met de echo zichtbaar gemaakt kan worden. Een contrastopname kan ook uitsluitsel bieden.

Persisterende rechter aortaboog
Het blijven bestaan van de embryonale rechter aortaboog, zal zorgen voor een strictuur (insnoering) rondom de slokdarm ter hoogte van het hart. Het probleem wordt vaak pas opgemerkt wanneer jonge dieren van moeder melk op vaste voeding overgaan. De dieren die dit probleem hebben zullen hun vaste voeding gaan opgeven: regurgiteren, omdat de voeding onvoldoende kan passeren langs de strictuur naar de maag. Vanaf dat moment zal het jonge dier gaan afvallen en een groei achterstand krijgen.
Diagnose: aan de hand van het verhaal van de eigenaar en met behulp van röntgenfoto’s en eventueel contrast röntgenfoto’s kan de diagnose gesteld worden.
Therapie: operatie en de patiënt daarna laten aansterken. Deze operatie is geen simpele ingreep en vereist een specialistische hand. Prognose: het op jonge leeftijd laten corrigeren van deze aandoening geeft de beste kansen. Ten gevolge van de strictuur zal de slokdarm namelijk net voor de strictuur gaan vernauwen. Dit zal weer kunnen leiden tot een verwijding op de plek daarvoor (megaoesophagus). Dit kan blijvende schade geven aan de slokdarm.

Verkregen hartaandoeningen
Hieronder volgt een overzicht van de meest voorkomende verkregen hartaandoeningen bij de hond en de kat.

Mitraalklepinsufficiëntie
Dit houdt in dat kleppen tussen de linkerboezem en linkerkamer niet goed sluiten. Hierdoor lekt er bloed terug van de kamer naar de boezem, dus eigenlijk in tegengestelde richting. Het gevolg kan zijn dat de boezem uiteindelijk gaat oprekken en daardoor minder effectief het bloed kan wegpompen in de richting van de kamer. Het niet goed sluiten van de kleppen, komt omdat de kleppen veranderd/beschadigd zijn qua structuur, dit worden ook wel degeneratieve verandering genoemd. Deze aandoening wordt het meest gezien bij kleine hondenrassen, waarbij de Teckel en Cavalier King Charles Spaniel bovenaan staan. Ook bij grotere rassen en bij katten kan deze aandoening voorkomen, maar daar is het vaak een gevolg van een andere hartaandoening, zoals DCM bij honden en HCM bij katten (zie hieronder voor uitleg over deze hartaandoeningen).
Diagnose: door het horen van een ruisje (souffle) bij het beluisteren van het hart, kan het vermoeden bestaan voor de aanwezigheid van deze aandoening. Wanneer de dierenarts vaststelt dat het ruisje het luidst hoorbaar is wanneer hij/zij naar het hart luistert op de plek waar deze kleppen zitten, dan wordt het vermoeden nog meer waarschijnlijk. Middels echografisch onderzoek van het hart, middels Doppler techniek kan de mate van bloedlekkage en de andere veranderingen aan het hart ten gevolge van deze lekkage in beeld worden gebracht.
Therapie: er bestaan speciale hartmedicijnen die bij deze aandoening kunnen worden ingezet, daarover kunnen wij u nader informeren. Deze medicijnen zorgen er niet voor dat de kleppen weer beter worden, maar ze ondersteunen het hart, zodat de overige veranderingen aan het hart die ontstaan ten gevolge van deze kleplekkage worden afgeremd. Prognose: is sterk afhankelijk van de ernst van de aandoening.

Dilatatieve cardiomyopathie (DCM)
Dit is een hartaandoening, waarbij er sprake is van een te groot hart, de hartspier is dusdanig verwijd dat deze minder tot niet meer goed samen kan trekken. Hierdoor zal het effectieve bloedvolume dat het hart het lichaam inpompt afnemen en eventueel zelfs terugstromen in tegengestelde richting, hierdoor krijgt het dier dan vocht in de longen en eventueel vocht in de buik, ook wel ascites genoemd. Tevens hebben deze dieren vaak een hoge pols, hoesten en zijn snel moe. De DCM wordt het meest gezien bij grote honden en bij Cocker Spaniëls. Bij katten is het zeer zeldzaam. De oorzaak van DCM bij honden is onbekend, er wordt wel aan erfelijke invloeden gedacht, daar het vaak bij bepaalde rassen wordt gezien, waaronder Dobermann, Newfoundlander, Boxer, Ierse Wolfshond, enzovoorts.
Diagnose: aan de hand van het lichamelijk onderzoek, het verhaal van de eigenaar, het ras, enzovoorts, kan het vermoeden dat het dier deze aandoening heeft vaste grond krijgen. Aan de hand van een röntgenfoto (VHS), een ECG en een echo van het hart kan de diagnose worden bevestigd.
Therapie: afhankelijk van de ernst van de vergroting van het hart, kan er wel of niet nog gestart worden met een therapie. Aan de hand van de echo kan de precieze prognose het best worden ingeschat, aangezien er dan exacte metingen gedaan kunnen worden naar alle hartfuncties. De therapie bestaat onder andere uit vochtafdrijving, medicijnen ter ondersteuning van de hartfunctie (onder andere contractiekracht bevorderend) en rust.
Prognose: is sterk afhankelijk van de ernst van de aandoening.

Hypertrofische cardiomyopathie (HCM)
Dit houdt in dat de hartspierwand, van meestal de linker ventrikel (kamer), verdikt is. Doordat de wand steeds dikker wordt, wordt de ruimte binnen in het hart steeds kleiner met alle gevolgen van dien. De linker boezem kan vergroten, de kleppen kunnen gaan lekken en er kan vocht in de longen komen, en zelfs vrij in de borstholte of rondom het hart. Acute verlamming van de achterhand, of een koud voorpootje, ten gevolge van bloedpropvorming (trombose) en het vastlopen daarvan kan ook voorkomen. In de laatste 2 gevallen is de prognose erg slecht en kan de kat ook veel pijn hebben. In sommige gevallen is er echter nog zeker therapie mogelijk, dus laat u altijd goed adviseren. Dit is de meest voorkomende verkregen hartaandoening bij katten. Zowel bij huiskatten als bij enkele rassen, zoals de Maine Coon en de Britse Korthaar, wordt dit veel gezien. Een erfelijke achtergrond (zie het kopje HCM test) is aangetoond bij de Maine Coon, maar ook bij de Ragdoll en de Britse korthaar komt het verhoudingsgewijs vaker voor. Ook bij mensen is een erfelijke achtergrond van deze ziekte aangetoond. Bij honden komt deze aandoening slechts zelden voor, maar kan het bijvoorbeeld optreden ten gevolge van hoge bloeddruk door nierfalen. HCM kan ook optreden door een hoge bloeddruk (het hart maakt constant overuren door tegen een hoge bloeddruk op te pompen) wat weer het gevolg kan zijn van een nierprobleem, meestal chronisch nierfalen bij katten. Tevens kan de HCM optreden door een te snel werkende schildklier, wat ook wel hyperthyreoidie wordt genoemd.
Diagnose: de diagnose kan gesteld worden aan de hand van het lichamelijk onderzoek met eventueel aanvullend bloedonderzoek ( in geval van een verondersteld nier dan wel schildklierprobleem). Daarnaast zal een echo meer duidelijkheid geven. Het echografisch onderzoek van het hart van de kat wordt dagelijks bij ons in de praktijk uitgevoerd. Wanneer het echter gaat om een officiële echo van een raskat die voor de fok getest moet worden zijn er richtlijnen opgesteld door de kattenverenigingen waarbij een specialistische beoordeling als eis gesteld wordt. Hierboven hebben we al verteld dat Melinda Schmidt, specialist radiologie, hiervoor naar onze praktijk komt, zodat u niet met uw diertjes hele stukken hoeft te rijden.
Therapie: afhankelijk van de ernst van de aandoening, is het wel of niet zinvol om te starten met therapie. Meestal is het wel zinvol. De therapie zal bestaan uit vochtafdrijving ( indien nodig ) en medicamenteuze ondersteuning van het hart.
Prognose: de prognose is afhankelijk van de ernst van de aandoening. De prognose kan het best worden ingeschat aan de hand van de klinische verschijnselen en de echografische bevindingen, alsmede de reactie op de therapie.

Pericardovervulling
Dit wil zeggen dat er een overmatige vochtophoping zit in het hartzakje rondom het hart. Hierdoor staat er meer druk op de hartspierwand en heeft het hart moeite met samentrekken. Deze dieren worden vaak ernstig vermoeid, zwak, met een dikke buik (door slecht functioneren van het hart) en in shock (bleke slijmvliezen) aangeboden. De klachten kunnen vrij snel opkomen en even zo snel verergeren. De hartgeluiden kunnen vaak moeilijker worden gehoord. Een ECG laat een wandelend hart zien (zwemmend in vocht), op een röntgenfoto wordt vaak een te bol hart gezien (niet altijd even duidelijk). Een echo bewijst de diagnose 100%. De oorzaak kan onbekend zijn (idiopathisch), dan wel een tumor. Wanneer een tumor niet duidelijk in beeld gebracht kan worden bij een echografisch onderzoek kan het toch niet met 100% zekerheid uitgesloten worden. Eventueel kan onderzoek van het afgezogen bloed meer duidelijkheid geven (indien nodig).
Diagnose: de diagnose kan gesteld worden door de klinische presentatie van de patiënt, het lichamelijke onderzoek, een ECG en een röntgenfoto dan wel echografisch onderzoek.
Therapie: aanprikken van het pericard en afzuigen van het vocht onder echobegeleiding. Indien het probleem terugkeert (zeker bij een tumor, frequent bij de idiopathische vorm) kan chirurgie wenselijk zijn, waarbij een stuk van het pericard (het hartzakje) permanent verwijderd wordt.
Prognose: Als de oorzaak niet bekend is (idiopathisch), is de prognose over het algemeen goed na het afzuigen van het vocht. Als er sprake is van een tumor dan is de prognose minder goed tot slecht, dit is uiteraard afhankelijk van het type tumor. Meestal gaat in geval van een tumor echter om uiterst kwaadaardige tumoren, dan wel uitzaaiingen van uiterst kwaadaardige tumoren.

 

 

DNA-test HCM bij Maine Coons/Ragdolls

HCM staat voor hypertrofische (verdikkende) cardiomyopathie (cardio = hart, myopathie = spierziekte), een veel voorkomende hartaandoening bij de kat. Er ontstaat een verdikking van de hartspier. Om de verdikking van de hartspier naar binnen toe voortschrijdt zal de inhoud van het hart kleiner worden. Het hart kan hierdoor minder goed gevuld worden met bloed waardoor een abnormale bloedstroom in het hart zal ontstaan. Wij kunnen dit horen als een ruis. We kunnen soms ook slechts een bonzend hart horen of een afwijkende hartslag (een galopritme bijvoorbeeld, als van een galopperend paard). Fatale hartritmestoornis ontstaan bij bijna alle kattenrassen. Jonge katten en ook oudere dieren kunnen plotseling dood neer vallen. Het is doodsoorzaak één in de kattenpopulatie. Soms wordt de kat eerst benauwd omdat er vocht in de borstholte/longen ophoopt wanneer het hart het bloed niet meer efficiënt kan rondpompen. Er zijn veel erfelijke vormen van HCM, er zijn echter nog maar enkele genetische markers bekend. Middels testen (DNA, echografie) en een geschikt fokbeleid wordt geprobeerd deze aandoening terug te dringen in de kattenpopulatie.

Er is een DNA-test beschikbaar voor HCM bij katten. Hierbij wordt op twee genen (HCM1 en HCM2-test) getest om te kijken of de kat HCM zal gaan ontwikkelen. Tot dusverre is deze test alleen bruikbaar voor de Maine Coon en de Ragdoll. U moet zich wel realiseren dat HCM waarschijnlijk door meerdere ‘defecte’ genen veroorzaakt kan worden. Het kan dus zijn dat er in de toekomst nog meer genen ontdekt worden die HCM kunnen veroorzaken. De test biedt dus nog geen 100% uitsluitsel. Indien een kat een defect gen heeft zal het dier zeker HCM ontwikkelen. Indien het gen afwezig is dan zal het in ieder geval deze vorm van HCM niet ontwikkelen. Het blijft echter van belang om echocardiografisch onderzoek te doen om andere hartafwijkingen op tijd te ontdekken (zie op onze website).

Voor de DNA test wordt het liefst EDTA-bloed gebruikt. We nemen daarvoor 4 ml bloed af. Wij zullen een bloedafname voor fokkatjes altijd zonder scheren proberen uit te voeren. Indien dit echter niet goed mogelijk blijkt, zal het diertje toch geschoren moeten worden om het vat beter in beeld te brengen, dit zal altijd met u overlegd worden. Wij van Dierenkliniek Zuiderkaag proberen altijd rekening te houden met de showkwaliteiten van uw dier en het feit dat u mogelijk vlak na de bloedafname een show gepland heeft staan.

U kunt dus bij ons een afspraak maken voor bloedafname en dan sturen wij het bloed op naar het betreffende specialistische laboratorium. Wij adviseren u sowieso om uw dier te allen tijde van een chip te voorzien, goed fokken vereist identificatie, zeker wanneer er getest gaat worden. Bij het ontbreken van een chip kan een uitslag nooit gerelateerd worden aan een specifiek dier. Wij zullen de chip controleren alvorens het formulier in orde te maken. Het laboratorium eist chip registratie alvorens een certificaat afgegeven wordt. Er volgt zonder chip wel een uitslag, maar geen certificaat. U kunt ook het bloed op laten slaan in een databank, bij toekomstige testen kan dit bloed dan nogmaals gebruikt worden en hoeft u niet opnieuw bloed te laten afnemen van uw kat. Hierbij wordt uiteraard weer een chip identificatie eis gesteld door het laboratorium.

Voor betaling van dit bloedonderzoek, ontvangt u rechtstreeks een rekening van het laboratorium, waarin ook de uitslag zal staan. Wij brengen alleen kosten in rekening voor het afnemen en versturen van het bloed.

Voor verdere vragen kunt u ons altijd bellen. (0224 218997).

De Boog 74
1741 MT Schagen
T:  0224 - 218 997
E: info@dkzuiderkaag.nl