slideshow_13.jpg

Hoge bloeddruk

 

 

Inleiding
Een verhoogde bloeddruk, of hypertensie, komt niet alleen bij mensen voor, maar kan ook bij honden en katten voorkomen. Normaal is de bloeddruk bij honden en katten in kliniekomstandigheden ongeveer 180/100 mmHg, systolisch (boven-) over diastolisch (onderdruk). Thuis zal de bovendruk gemiddeld 135 mmHg zijn, want het is logisch dat door de stress van het ‘naar de dierenarts gaan’ de bloeddruk gemiddeld iets hoger uitvalt in de kliniek dan wanneer deze thuis gemeten zou zijn in alle rust en in een vertrouwde omgeving. In geval van een bloeddruk groter of gelijk aan 200/110 mmHg spreken we van hypertensie MET klinisch belang. Vanaf nu is het risico op orgaanbeschadiging zeer groot.

Bij ons in de kliniek bestaat de mogelijkheid om een bloeddrukmeting uit te voeren. Indien wij aanwijzingen hebben dat uw kat mogelijk een hoge bloeddruk heeft, dan zullen wij een meting verrichten, opdat we een adequate therapie kunnen starten om (verdere) schade te voorkomen.



Oorzaken
- Primaire hypertensie
Dat wil zeggen dat er geen oorzaak voor de hoge bloeddruk te vinden is. We noemen dat idiopathisch. Dit is het meest voorkomende type bij mensen, bij dieren zien we deze vorm echter zelden.

- Secundaire hypertensie
Bij dieren komt het meestal voor dat de hypertensie het gevolg is van een andere aandoening. Een greep van de vele mogelijkheden volgt hieronder. Een verklaring voor de codes achter de aandoeningen is: de systolische bloeddruk (SBD) is afhankelijk van het hartminuutvolume (CO, cardiac output) en de totale perifere weerstand (TPR).

* Nierproblemen (CO, TPR)
* Ziekte van Cushing (CO, TPR); ziekte van de bijnier.
* Hyperthyroïdie kat (HF); overactiviteit van de schildklier.
* Ziekte van Addison (CO, TPR); ziekte van de bijnier.
* Diabetes Mellitus (TPR); suikerziekte.
* Nierinfarct (CO, TPR)
* Thrombo-embolieën (CO, TPR)
* Zwangerschapsvergiftiging (CO, TPR)

Gevolgen
De meest gevoelige organen voor beschadiging door een verhoogde bloeddruk zijn het oog, de hersenen, de nieren en het hart.
* Oog: blindheid, netvliesbloedingen, loslating van het netvlies, glaucoom (verhoogd oogboldruk) of hyphema (bloedingen in het oog).
* Hersenen: lethargie (sloomheid), aanvallen en hersenbloedingen.
* Nieren: glomerulosclerose (een verval van de functionele onderdelen van de nier: de glumeruli) met als gevolg: pu/pd (veel plassen (pu), veel drinken (pd)), gewichtsverlies en braken zijn de meest voorkomende symptomen door vermindering van de nierfunctie.
* Hart: hypertrofie (vergroting) van het linkerventrikel door de verhoogde bloeddruk geeft op de lange duur symptomen van decompensatie en hartfalen, gelet dient te worden op mitralis (linker AV-klep) ruis, dyspnoe en/of neusbloeden. Men moet zich voorstellen dat het hart tegen een hogere druk uit moet pompen, dit kost kracht en de hartspier zal dit proberen op te vangen door te verdikken, uiteindelijk kan het hart het niet meer aan en zal de compensatie (verdikking hartspier) omzetten in een decompensatie.

Bloeddrukmeting
De directe methode is invasief; dat wil zeggen: belastend voor de patiënt, we gaan het lichaam in. Hierbij wordt er een arteriële katheter geplaatst en kan via een monitor of manueel (met de hand) met een vloeistofkolom de druk bepaald worden. Deze is het meest nauwkeurig. Dit is uiteraard uiterst lastig tot onmogelijk bij het wakkere dier. Meestal wordt er dan ook gebruik gemaakt van de indirecte methode waarbij men een opblaasbare cuff plaatst rond een poot of staart (minder betrouwbaar) en met een transducer (volgens verschillende principes) de druk meet (vergelijkbaar als bij mensen). De Doppler methode blijkt het beste te werken en geeft slechts een minimale onderschatting van de werkelijke bloeddruk. Het gemiddelde van enkele metingen geeft een goede weergave van de bloeddruk. Deze methode is niet invasief en kan bij een rustig dier probleemloos uitgevoerd worden. De Doppler meet alleen de bovendruk. De bloeddruk is standaard bij oudere dieren hoger bij mannelijke dan bij vrouwelijke dieren. Veder is de bloeddruk hoger bij te dikke dieren, bij kleine hondenrassen en bij windhonden.

Pathofysiologie
In geval van hoge bloeddruk gaan de nieren meer water en NaCl uitscheiden. De hoge bloeddruk zorgt er tevens voor dat er op den duur water/plasma of zelfs bloed uit de vaten zal treden. Dit fenomeen geeft problemen in verschillende organen, zoals eerder genoemd, met name in het oog, de nier, het hart en de hersenen. De verhoogde TPR (zie eerder)  veroorzaakt compensatoir een hypertrofie van het linkerventrikel, de nabelasting van het hart stijgt en als gevolg wordt het hart zwaarder belast. Door de continue hoge druk in de arteriële bloedvaten kan er in deze vaten arteriosclerosis optreden met weer een toename van de TPR. Door de optredende nierveranderingen wijzigt ook de uitscheiding van water en zouten zoals NaCl. Er wordt een bepaald mechanisme geactiveerd (het RAAS) en er ontstaat een verhoogd SV en TPR. Hypertensie is een zichzelf onderhoudende aandoening, het is een vicieuze cirkel.

Indicaties bloeddrukmeting
* Alle ziektes geassocieerd met hoge bloeddruk (nier, schildklier, bijnier, suiker)
* In geval symptomen gezien worden die samen kunnen hangen met een te hoge bloeddruk
* Als monitoring tijdens anesthesie/chirurgie
* Controle van dieren die medicijnen krijgen die de bloeddruk kunnen beïnvloeden.
* Senioren controle.
* Eventueel 1x per jaar standaard als preventieve check.

Symptomen
Een krachtige, soms draderige, pols kan een aanwijzing zijn, maar is geen bewijs. Verder dient men te letten op netvlies loslating en netvlies bloedingen (beide heel bekend bij de kat met hoge bloeddruk: het verhaal van de kat die plotseling blind is), kleine nieren (kat), pu/pd, gewichtsverlies, bijgeluid bij luisteren naar het hart (linker AV klep), en nog andere symptomen.

Diagnose
Het stellen van de diagnose ‘hoge bloeddruk’ is niet moeilijk met de juiste apparatuur. Het vaststellen van de oorzaak van de probleem kan vele hoofdbrekens kosten en vereist zorgvuldig onderzoek, zoals: volledig bloedonderzoek, urineonderzoek (kweken), röntgen/echo, echocardiografie/ecg.

Behandeling
Beschikbare medicijnen kunnen alleen of in combinatie ingezet worden. Het betreft hier bijvoorbeeld: ACE-inhibitoren, Ca-kanaalblokkers of beta-blokkers. Uiteraard moeten de oorzakelijke ziektes goed behandeld worden indien mogelijk. Deze medicijnen kunnen alleen of in combinatie ingezet worden. Vetzucht moet vermeden worden. De bloeddruk, de ogen en het creatininegehalte in het bloed (nierwaarde controle) moeten aanvankelijk elke 1-2 weken gecontroleerd worden, daarna kan het elke 1-3 maanden, afhankelijk van het verloop en de mogelijkheid het ziektebeeld en de hoge bloeddruk te controleren.

Prognose
Bij katten met een hoge bloeddruk vanwege een schildklierprobleem (te snel werkend: hyperthyroïdie), is er na de medicamenteuze controle van het schildklierprobleem over het algemeen geen behandeling van de hoge bloeddruk meer nodig. Dat is anders bij honden met de ziekte van Cushing, oftewel hyperadrenocorticisme, deze dieren moeten meestal wel levenslang een behandeling tegen hypertensie krijgen. Indien reeds blindheid is opgetreden kan deze reversibel zijn als er binnen 1-2 dagen behandeld wordt, indien dit probleem langer speelt keert het zichtvermogen over het algemeen helaas niet meer terug. De prognose is slechter indien er reeds symptomen zijn van hartfalen of neurologische symptomen (symptomen van het zenuwstelsel).

De Boog 74
1741 MT Schagen
T:  0224 - 218 997
E: info@dkzuiderkaag.nl