slideshow_01.jpg

bijzondere parasieten

MAAGWORM (OLLULANUS TRICUSPIS)


Inleiding
Ollulanus tricuspis is een kleine worm (nematode): 0.8-1 mm, die voorkomt in de maag van katten en vossen, maar zelden bij de hond. Deze maagworm komt over de hele wereld voor in sterk wisselende percentages (bijvoorbeeld Duitsland 36-42.8%, Engeland 11.6%, België 5.8%, Portugal 2.5% en Italië 3.4%). In België en Nederland zijn deze percentages laag.

Voorkomen, verspreiding
O. tricuspis heeft een ongewone ontwikkeling. De vrouwelijke wormen zijn levend-barend en produceren gelijk larven. Er worden dan ook geen wormeieren in de ontlasting aangetroffen. De larven kunnen zich zonder ontwikkelstadium buiten het lichaam van de gastheer, direct in de maag tot volwassen wormen ontwikkelen. Het aantal wormen kan dus toenemen zonder verdere infectie van buitenaf. Ze kunnen zonder herinfectie wel 2 jaar aanwezig blijven. Wanneer O. tricuspis-larven of wormen toevallig uit de maag in de darm terechtkomen, worden ze verteerd. De maagpopulatie bestaat uit ongeveer 60-70% volwassen wormen, de rest bestaat uit larfjes. Alle stadia zijn besmettelijk. Besmetting vindt plaats door opname van braaksel van geïnfecteerde dieren, iets wat we weleens bij de kat tegenkomen. De wormen blijven gemiddeld 12 dagen overleven in het uitgebraakte voedsel, maar hij hoge temperaturen, basisch milieu (hoge zuurgraad) of uitdroging sterven ze sneller af. Zwerfkatten zijn door ondervoeding meer geneigd braaksel van andere katten op te nemen en zijn vooral daarom vaker besmet dan huiskatten. Ook in catteries kan de infectie zich snel verspreiden. De totale levenscyclus neemt ongeveer 33-37 dagen in beslag.

De ziekte
O. tricuspis is weinig ziekteverwekkend, maar de worm veroorzaakt meer slijmproductie en soms lokale beschadiging van de maagbekleding. Massale besmetting (duizenden wormen) kan aanleiding geven tot chronische maagontsteking. Hoewel ollulanose meestal geen klinische verschijnselen laat zien, kan soms braken waargenomen worden, meestal kort na de maaltijd. Bij zware besmetting vermindert de eetlust en kan de kat vermageren.

Diagnose
De wormen worden alleen gevonden in braaksel. Na de dood  kunnen de wormen teruggevonden worden in de maagwand (mucosa). Omdat geen enkel ontwikkelingsstadium met de ontlasting wordt uitgescheiden, is ontlastingsonderzoek zinloos.

Behandeling
Besmette katten kunnen behandeld worden met Panacur®, 50 mg/kg 1x daags gedurende 3 dagen.


LONGWORM (AELUROSTRONGYLUS ABSTRUSUS)

Voorkomen, verspreiding
De longworm bij de kat (Aelurostrongylus abstrusus) komt in Nederland ook voor, maar de diagnose wordt nogal eens gemist omdat de symptomen erg op astma lijken. Bovendien werken niet alle wormmiddelen goed tegen deze parasiet. De larven die in de ontlasting worden uitgescheiden ontwikkelen zich verder in een tussengastheer (landslakken), die weer worden opgegeten door vogels,  knaagdieren en reptielen. De kat besmet zich door opname van een tussen- of transportgastheer (prooidieren). Via de lymfe- en bloedbanen bereiken de wormen weer de longen waar ze na 6 weken volwassen worden.  Ze kunnen ongeveer 2 jaar aanwezig blijven zonder herbesmetting.

De ziekte
De volwassen wormen veroorzaken longontsteking. Ondanks de beschadigingen van de luchtwegen, verloopt de infectie vaak zonder klachten of wordt alleen sporadisch hoesten opgemerkt. Bij ernstige aantasting van de longen kan chronisch hoesten, neusuitvloeiing, een verhoogde ademhalingsfrequentie en verlies van eetlust optreden. De kat bouwt een goede immuniteit op voor A. abstrusus en is daarom nauwelijks gevoelig voor herinfectie. Bij zware infecties of verzwakte dieren kan zonder behandeling sterfte optreden.

Diagnose
De ademhalingssymptomen samen met bloedonderzoek en een röntgenonderzoek kunnen aanwijzingen zijn. Een definitieve diagnose kan gesteld worden door het aantonen van larven in de ontlasting of een longspoeling.

Behandeling
De kat kan behandeld worden met Milbemax®,  Stronghold ® of Panacur®.


GIARDIA

Inleiding
Dit is een eencellige parasiet (protozo) die voorkomt bij veel zoogdieren, inclusief de mens. De parasiet leeft in de dunne darm en hecht zich met behulp van flagellen (hele dunne tentakels) aan het slijmvlies. Hierdoor kan de vertering en opname van voedingsstoffen niet meer optimaal verlopen. Door deze slechte vertering ontstaat diarree. Er is een sneltest op de markt waarmee de dierenarts Giardia in de ontlasting kan aantonen.



De ziekte
Een besmetting met Giardia ontstaat door het opnemen van cysten uit de omgeving of direct door het likken van de anus. Deze cysten bevinden zich in de uitwerpselen van dieren die al met Giardia besmet zijn. In de darmen komen de parasieten vrij uit de ingeslikte cysten.

Behandeling
Therapie: besmette katten 3 tot 5 dagen 1x daags behandelen met 50 mg/kg Panacur®.

Met dank aan Paul Overgaauw, een deskundige in Nederland op het gebied van zoönosen (van dier op mens overdraagbare ziekten) en parasitaire infecties in haar algemeenheid en het door hem en E. Clarebout geredigeerde boekje: Parasieten bij hond en kat.

De Boog 74
1741 MT Schagen
T:  0224 - 218 997
E: info@dkzuiderkaag.nl