slideshow_06.jpg

VOGELGRIEP EN KATTEN

 

 

Wat is vogelgriep?
Vogelgriep wordt ook wel vogelpest genoemd en wordt veroorzaakt door het aviaire influenzavirus. Het is een snel verlopende ziekte die vooral optreedt bij kippen en kalkoenen. Dieren worden besmet via direct contact met zieke dieren of door blootstelling aan besmet materiaal. Vaak zijn wilde watervogels drager van het virus en worden zij zelf niet ziek. Echter zij kunnen het virus wel overdragen op gevoelige dieren door middel van bijvoorbeeld hun ontlasting of urine. Ook mensen en handelstransporten kunnen het virus verspreiden. Er zijn veel verschillende varianten van het virus, laag- en hoogpathogene stammen. Afgelopen voorjaar (2006) is de zeer besmettelijke H5N1 variant in verschillende landen in dode watervogels aangetroffen.


Kunnen katten vogelgriep krijgen?
Ook katten (katachtigen) en andere zoogdieren (mens, mensapen, haasachtigen en marterachtigen) blijken gevoelig voor het aviaire influenzavirus. Dit is voor het eerst beschreven in China in 2003. Daar waren in een dierentuin tijgers overleden aan influenza nadat zij gevoerd waren met kadavers van aan influenza overleden kippen. In februari 2004 werd het eerste geval van vogelgriep vastgesteld bij een gedomesticeerde kat in Thailand. Begin dit jaar is er een onderzoek gepubliceerd van o.a. prof. Ab Osterhaus (viroloog, Erasmus Medisch centrum) waarin katten experimenteel werden besmet met het aviaire influenzavirus. De katten werden hier ziek van en het bleek ook dat de infectie van kat op kat kon worden overgedragen.
Overdracht op zoogdieren gebeurt sporadisch, maar heeft in dat geval wel een hoge morbiditeit en mortaliteit. Dat wil zeggen dat er veel dieren ziek worden als zij in contact geweest zijn met het virus, en dat er helaas veel dieren sterven als gevolg van de infectie.
Geïnfecteerde katten kunnen alleen andere katten besmetten indien er nauw contact plaatsvindt tijdens de eerste 7 dagen na de infectie.
Katten zouden ook de ontwikkeling van het virus naar een nieuwe variant ‘faciliteren’, de katten zouden het virus dus mogelijk kunnen helpen zich te ontwikkelen tot een versie die efficiënt van mens op mens overdraagbaar is.

Kunnen katten gevaccineerd worden tegen vogelgriep?
Op dit moment is er geen vaccin beschikbaar. Het is niet aan te raden om katten met pluimveevaccins te enten omdat er geen gegevens bekend zijn over werking en veiligheid bij katten.

Mijn kat loopt buiten, welke risico’s loopt hij/zij?
Als een kat een met vogelgriep besmette vogel opeet kan hij/zij vogelgriep oplopen. “In NL is de H5N1 variant van de vogelgriep nog niet geconstateerd, en zelfs al is dat wel het geval achten wij de kans heel klein dat katten of andere dieren er massaal ziek van worden”, aldus het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu in het voorjaar van 2006. U hoeft uw kat dus niet binnen te houden en ook niet meteen naar de dierenarts te gaan als uw kat met een dode vogel in zijn bek komt aanlopen.
Risicofactoren voor katten die in een streek leven waar reeds een of meerdere vogels zijn gevonden met een in het laboratorium bevestigde H5N1 besmetting:
• De kat leeft in een omgeving waar watervogels zijn.
• De kat heeft toegang naar buiten.
• De kat is in contact met pluimvee.
• De kat heeft rauw kippenvlees te eten gekregen.

Avian Influenza Task Force, van de Europese Adviesraad voor kattenziekten Begin maart 2006 is er een speciale Task Force opgericht met betrekking tot aviaire influenza bij katten. Het doel is om practici met richtlijnen en achtergrondinformatie terzijde te staan voor het geval zij geconfronteerd worden met een kat die verdacht wordt van besmetting met H5N1.

De volgende gegevens werden experimenteel vastgesteld:
• Katten kunnen zowel oraal als intratracheaal besmet worden.
• De infectie kan tot stand komen door contact met geïnfecteerde vogels.
• Het virus kan van kat op kat worden overgedragen.
• Matige hoeveelheden virus zijn voldoende om een kat te infecteren.
• Het virus wordt uitgescheiden via neusslijm en ontlasting.
• De nasale excretie start 3 dagen na infectie en duurt minimaal 4 dagen.
• De incubatietijd in experimenten is ongeveer 2 dagen.
• Symptomen zijn koorts, dyspnee, slapheid, conjunctivitis, icterus.
• In geval van klinische tekenen is de ziekte meestal fataal binnen een week.
• Postmortem worden multifocale lesies in de longen gevonden, net als puntbloedingen in de tonsillen, de mandibulaire en retrofaryngeale lymfeknopen en de lever.
• Histologisch worden inflammatoire en necrotische lesies gevonden in longen, hart, lever, nieren, hersenen en bijnieren. Bij katten die geïnfecteerde kippen gevoerd kregen werden ook letsels in de dunne darmen vastgesteld.

Zijn er risico’s voor mensen?
In februari 2006 deelde de WHO (World Health Organisation) in een communiqué mee dat er op dat ogenblik geen bewijs was dat huiskatten een rol zouden spelen bij de overdracht van H5N1 virussen. Tot dusver was er geen enkel geval van vogelgriep bij de mens bekend die veroorzaakt zou zijn geweest door contact met een zieke kat. In tegenstelling tot wilde vogels en pluimvee is er niets dat erop wijst dat huiskatten een virusreservoir zouden vormen.
Men dient echter wel met het volgende rekening te houden:
• H5N1 virussen die zich bevinden in een kat hebben zich reeds aangepast aan een zoogdiersoort. De vogelgriep virussen die inmiddels bij mensen zijn geïsoleerd toonden allen een verhoogde virulentie voor zoogdieren.
• Het virus wordt uitgescheiden via de luchtwegen en de ontlasting.
• Het niveau van excretie is hoog genoeg om katten in hetzelfde huishouden te besmetten.
• Gezien de nauwe contacten tussen katten en baasjes is het theoretisch mogelijk dat een besmette kat een mens kan infecteren.
• Het risico op infectie en ziekte voor de mens kan op dit moment (mei 2006) niet ingeschat worden.

Hoe herken ik en besmette kat?
Ten eerste dient het potentieel risico geëvalueerd te worden op basis van bovenstaande risicofactoren. Als het risico dan reëel is, moet een klinische evaluatie uitgevoerd worden. Let daarbij op volgende symptomen: koorts, slapheid, dyspnoe (benauwdheid), conjunctivitis (bindvliesontsteking), neurologische tekenen en snelle dood. De differentiële diagnose omvat verschillende andere virussen met soortgelijke systemische en respiratoire verschijnselen, te weten feline herpes- en calicivirus, Bordetella bronchiseptica, Chlamidophila felis en Mycoplasma. Indien het vermoeden bestaat dient deze te worden bevestigd door middel van een laboratorium test.

Hoe bevestig ik de vermoedelijke diagnose?
Er dient contact opgenomen te worden met de betrokken veterinaire dienst en het diagnostisch laboratorium voor advies en informatie. Er is een aantal praktische regels voor oropharyngeale, nasale, faecale monsters en rectale uitstrijkjes:
• Plastic tubes identificeren met een alcoholvaste stift.
• Monsters in een tube doen, hermetisch afsluiten.
• Buitenkant van tubes met alcohol afvegen om besmettingsrisico voor ontvangende laboratoriummedewerkers te beperken.
• De monsters goed afgesloten in plastic zakken opsturen naar het nationaal referentielaboratorium volgens de voorgeschreven procedures.

Pathologische monsters dienen genomen te worden van de lymfeknopen van de longen en het mediastinum in een 10% formol/fysiologisch zoutoplossing. Het is sterk afgeraden om een influenza test in de praktijk uit te voeren.

Veiligheidsmaatregelen
• Fysiek contact met de kat minimaliseren, krabben en bijten voorkomen.
• Handschoenen, mondkapje en beschermingsbril dragen bij manipuleren kat.
• Kat sederen voor monstername.
• Standaard medische ontsmettingsmiddelen inzetten voor ontsmetten oppervlakten.
• De H5N1 verdachte kat isoleren in een kooi.
• Vóór bezoek aan dierenarts, kat thuis al in aparte kamer houden.
• Voer-, drinkbakjes, manden en ander mogelijk besmet materiaal ontsmetten met bleekwater.
• Kamers waartoe kat toegang had grondig reinigen met allesreiniger.
• Op hoogte blijven van nieuwste ontwikkelingen op vogelgriepgebied.
• Geen rauwe pluimveeproducten voeren.
• In geval van massale sterfte van wilde vogels, de kat binnenhouden.

Het virologenteam onder leiding van Prof. Ab Osterhaus pleit voor meer onderzoek naar de rol die katten, honden en wilde vleeseters als vossen, wezels en zeehonden kunnen spelen in de verspreiding van het virus. Zij adviseren huisdieren in gebieden met vogelgriep uit de buurt van de vogels en hun mest te houden. Ondanks de onzekerheden menen zij dat de mogelijke rol van katten een plaats zou moeten krijgen in de officiële draaiboeken voor de bestrijding van het H5N1 virus. Mede ook door het risico van de mogelijke ontwikkeling van het virus tot een kwaadaardiger variant binnen de kat.

De Boog 74
1741 MT Schagen
T:  0224 - 218 997
E: info@dkzuiderkaag.nl